Een klein maar bont gezelschap van helden en intriganten gaat in Snaartheorie van Jan J.B. Kuipers op queeste naar de ‘Astrale Barrière’, waarvan de macht doorbroken moet worden. Een en ander loopt anders dan verwacht. Dit verhaal staat in Wonderwaan 55, dat als thema ‘Vergeten wonderen’ had. Je kunt het nummer (PDF) hier downloaden.
Wat valt me op bij de eerste lezing?
Walewein, Amoraan en het Zwevende Schaakbord zijn personen en objecten uit de hoofse literatuur. Sommige namen gebeurtenissen geven me het gevoel dat er ook andere verwijzingen zijn, zoals de wyrm en de vlinders (ideeëntheorie?). De titel, sommige hoofdstuktitels en reflecties over de relativiteit van waarneming wijzen naar de natuurkunde. In reflecties is veel aandacht voor eigenbelang, lust en angst: drijfveren die ook naar voren komen in de motieven van de personages.
Verwachting
Kuipers’ verhalen zijn bepaald geen consumptieproducten. Ook dit verhaal is een aaneenschakeling van bonte personages, associaties, culturele verwijzingen en zienswijzen. Je kunt het daarbij laten en gewoon genieten van zijn prachtige taal en sterke beelden. Maar wie meer wil, kan op zoek gaan. De dwingende natuur van onze dierlijke, instinctieve natuur is een thema dat ik vaker bij hem aantref. In dit verhaal komt verder de wispelturigheid van het lot meermaals terug, wat ik zowel kan koppelen aan die agressie als aan de fysica. Ik vermoed al met al geen allegorie (in de zin van een 1-op-1-relatie tussen beeld en betekenis), eerder vormen van structurele ironie (omdat bijvoorbeeld historische personages onjuist worden neergezet) in combinatie met allerlei intertekstuele associaties.
Wat valt me op bij het (her)herlezen?
- Een groot deel van het verhaal is een associatieve lappendeken van opvattingen die de verteller heeft, deels geletterd, deels modern wetenschappelijk maar vooral wreed en bijgelovig. Het klinkt allemaal volkomen plausibel en uitermate middeleeuws. Misschien is het een reflectie op de manier waarop wijzelf naar de wereld kijken.
- De gedachte dat we langs een lijn leven waarop we ons op één punt bevinden, komt op allerlei manieren terug: de letterlijke Snaar tussen het continent en de Barrière; het gevoel van verteller dat de Snaar een tijdlijn is tussen verleden en toekomst; het motto.
- Er zijn veel echo’s van de christelijke religie: de Barrière als het hiernamaals, de zielen of personae die ernaar op weg zijn, de wyrm (slang) die op heel veel manieren terugkomt, de Steen der Wijzen als symbool van de tocht naar het eeuwig leven, de pelgrims, de hoofse Walewein. Ik associeerde zelf de Snaar met de blik op het bestaan als een rechte lijn van schepping naar Dag des Oordeels (en op het niveau van de individuele mens van geboorte naar hiernamaals) zoals de joods-christelijke religie die kent. En daarmee ook de moraal en de gedachte dat een ieder beloond wordt naar zijn gedrag.
- Walewein, Amoraen en Ysabele zijn personages uit de Roman van Walewein. Op Wikipedia is een synopsis te vinden. Ik heb de volledige tekst (in de Prisma-vertaling uit 1983) vluchtig herlezen en constateer dat alleen de passage over Ysabeles voornemen tot foltering van Walewein niet in die synopsis te vinden is. In het verhaal komen verschillende echo’s van de Roman terug, zoals het doden van jonge draakjes in een berg (verhaal: mechanische kip), het gemarchandeer met het schaakbord en het zwaard met de ringen, en de ondergrondse gang van de bouwmeester. Je hoeft de hele Roman m.i. niet beslist te kennen. Wie vagelijk weet wie Walewein was, kan ook zo wel constateren dat de Roman als hoofse tekst over een hoofse held in het verhaal volledig onderuit wordt gehaald.
- De natuurkunde levert steeds metaforen voor de basale instincten van de mens. Lust, agressie en angst zijn energie. Achter die drijfveren bevindt zich een instantie die waarneemt en zo creëert, en de machtsverhouding tussen sterk en zwak rust op relativiteit van waarneming. Misschien is dit te interpreteren als het wetmatige van die instincten.
- Mij lijkt het verhaal te zeggen dat het idee van die lijn en die ordelijke morele tegenstellingen enkel schijn is, gecreëerd door waarneming. De realiteit is een instinctgedreven soep, het leven een verhaal dat voortdurend wordt herhaald met steeds weer andere accenten. Verteller Fageldaam kan als hofzanger de tegenstellingen manipuleren; hij vergelijkt zichzelf met een alchemist. ‘Je moet een beetje begrip voor me kunnen opbrengen’ luiden de eerste en laatste zin. Bij mij riep de formulering een dubbel gevoel op.
Conclusie
Ook na meermalen herlezen en het ordenen van motieven bleef dit voor mij een complex verhaal. Een allegorie is het inderdaad niet, de structurele ironie lijkt mij minimaal omdat het plaatsen van Walewein tussen de andere personages voldoende zegt. Er valt vast nog een heleboel te ontdekken, zoals over de verschillende dieren en dierassociaties en over het etherische en de aura’s. Netto ben ik wel tevreden met wat ik ervan heb kunnen maken.
