De angst voor de dood staat centraal in het horrorverhaal 'De Jagers en het smalle huis' van Rob Geukens uit 2020. Geukens laat met metaforen en een zorgvuldige woordkeus zien welk effect die angst op een kind heeft en hoe het zich eraan ontworstelt.

Een jong kind wordt de ‘prooi’ van mensen die denken dat hij een geheim van zijn overleden grootvader bezit. De Jagers en het smalle huis van Rob Geukens verscheen in Ganymedes 20 (2020) en kan online op de website van EdgeZero worden gelezen.

Wat valt me op bij de eerste lezing?

Wat me ook al opviel toen ik het in 2021 las: de sterke sfeer en de zorgvuldige woordkeus. Maar ook nu komt het einde me een beetje als een anticlimax over. Wat me nu wel opvalt is de enorme nadruk op het ‘smalle’ van huizen en mensen. Daar tegenover lijken rijkdom en welbevinden te staan, met name in de vorm van de twee ‘Jagers’, die society-figuren zijn. Dit is vast geen toeval.

Verwachting

Gaat dit verhaal misschien over (kansen)ongelijkheid van een kind dat in armoede en liefdeloosheid opgroeit? Dan zou het een allegorie zijn. Ik ben weinig bekend met deze schrijver. In een lezenswaardige blog uit 2021 schrijft Geukens hoe hij aankijkt tegen een verhaalthema en hoe dat zich tijdens het schrijven ontwikkelt. ‘Wanneer het goed uitgevoerd is, sleept het thema de lezer mee, en is het plot daar slechts een hulpmiddel toe.’ Dit zou het einde verklaren: vanuit de plot voelt het wat abrupt aan maar vanuit het thema is het misschien logisch. Dit heb ik vaker gezien bij verhalen met een duidelijk onderliggende strekking.

Wat valt me op bij het (her)herlezen?

  • Het verschil tussen ‘smal’ en anderszins loopt inderdaad als een rode draad door het verhaal heen. Kind, moeder en grootvader zijn ‘smal’, de notaris en zijn kantoor zijn ‘breed’. ‘Smal’ staat steeds voor controle, voor angst, voor dingen niet (mogen) uitspreken; ‘breed’ staat voor onbeheerst en voor onwetend. En de dood is werkelijk overal: in het overlijden van de opa en in de dode vrouw bij de notaris, maar ook in de benige kam, tweemaal een strop, het ‘skelet’ van het poppetje, de zwarte schaduw, de ‘woorden als grijpende, koude handen die met lange nagels de binnenkant van mijn schedel afschraapten’ en in nog heel veel andere passages en formuleringen. Verbonden met de dood is altijd de angst.
  • Ook huizen en deuren worden veel genoemd, niet alleen woonhuizen en hun ingang maar ook een graf en een crypte. Voor de dood maakt de aard van het huis of de breedte van de deur geen verschil.
  • Het jongetje kijkt onbevangen naar de dood. Hij heeft bovenzintuigelijke waarnemingen over moeders ziek-zijn en hij ziet zijn grootvader na diens dood door de tuin wandelen en denkt dat die nu gelukkig is. Dit soort dingen mag hij echter niet uitspreken.
  • ‘De Jagers’ zijn ook ‘smal’, maar zij willen achter zijn geheim komen. Dat blijkt uiteindelijk de locatie van een boek te zijn waaruit te leren valt hoe je rijk, machtig en onsterfelijk kunt worden. Grootvader distantieerde zich kort voor zijn overlijden van het boek en de jacht erop, en hij heeft zijn kleinzoon aanwijzingen gegeven waarmee die het gevaar kan afwenden.
  • Religie is aanwezig in de vorm van de heidense overlijdensdienst en de woorden die het boek spreekt. Voor mij voelde de hele sfeer drukkend Calvinistisch aan.
  • Het kind leeft in angst tot het moment dat hij teruggaat naar grootvaders huis. Hij is dan 6+15=21 jaar oud, dus volwassen. Hij weerstaat de verleiding van het boek, verbrandt het, verkoopt het huis en besluit dat zijn jeugd weliswaar van zijn grootvader was maar de rest van zijn jaren voor hemzelf.

Conclusie

Ik interpreteer dit verhaal nu als een reflectie op de angst voor de dood. Kinderen kennen die angst niet. De volwassene zoekt bij het kind het geheim van die onbevangenheid. Zo wordt het kind betrokken bij de drang om aan de dood te ontkomen en wordt daarmee opgezadeld met een diepe angst voor iets wat hij niet begrijpt. Pas als jongvolwassene kan hij zichzelf bevrijden en zo zijn verleden achter zich te laten. Enkele details in het verhaal, zoals de verband dat het jongetje legt tussen de urnenmuur en een duiventil, voelen persoonlijk aan.

 

Lees ook