Omslag van het WRR-rapport Weten is nog geen doen uit 2015

Na verwoestende klimaatrampen in de 22e eeuw pakken de overlevers de draad weer op, met creatieve inzet van alle technische middelen die er zijn. De negentienjarige Jan-Yunus krijgt zijn oproep voor het implanteren van de breinchips die zijn cognitieve en communicatieve mogelijkheden eindeloos zullen vergroten. Vol verwachting reist hij vanuit zijn geboortenederzetting op de Schoorlse Terpen naar de metropool Luik voor de operatie. Veiligheidsagent Alicia jaagt intussen verbeten op leden van Front Vlees en Bloed, een biofundamentalistische beweging die in de loop van de decennia steeds meer aanhang heeft gekregen in vooral armere en achtergebleven gebieden. Kim werkt met een team van briljante technici aan ondergrondse schuilplaatsen die klaar moeten zijn wanneer een onbekende object dat met grote snelheid de aarde nadert, langsscheert. Jan-Yunus wordt ingeloot voor de goedbetaalde psychologische tests. Maar kort na zijn aankomst op Kims basis worden daar gevaarlijke radioactieve stoffen aangetroffen. Wie zit erachter? En zullen de schuilplaatsen toch nog op tijd klaar kunnen zijn om de mensheid te redden?

Van welk boek dit de achterflaptekst is? Van geen enkel, ik zuig het ter plekke uit mijn duim. Als het bestond dan was het ongetwijfeld een sciencefictionroman, wat betekent dat de futuristische verhaalwereld plausibel zou moeten zijn. Hoe ziet de aarde eruit na klimaatrampen, hoe kan de mensheid weer opgekrabbeld zijn? Welke regionale verschillen zie je, wat is de invloed van staatsvorm en cultuur daarop? Hoe worden gezamenlijke programma’s en ambities uitgewerkt, is er bijvoorbeeld een (wereld)regering? Die breinchips, wat bewerkstelligen die precies, hoe is de operatie en hoe ervaar je die nieuwe mogelijkheden? Wat is de historie van zo’n anti-beweging, welke elementen zitten in hun boodschap en welke middelen hebben zij tot hun beschikking? Hoe zien ondergrondse schuilplaatsen eruit waarin mensen enkele dagen tot weken kunnen verblijven, wat moet daar allemaal geregeld zijn en hoe klein moet de wereldbevolking zijn om in een paar jaar tijd genoeg schuilplaatsen te kunnen bouwen?

Ondanks een bètapakket op het vwo ben ik niet zo van de ‘harde’ wetenschappelijke kennis. Eerlijk gezegd interesseert het me ook niet zo. Bij het lezen van deze fictieve roman (laten we hem de titel Trekken naar de toekomst geven) zou ik zeker globaal naar bovenstaande kwesties kijken, maar als Jan-Yunus, Alicia en Kim mij met hun ervaringen, gedachten en gevoelens overtuigen dan geloof ik wel wat er staat. Toch lees ik met een kritische blik. Vanuit mijn werk als beleidsadviseur in het sociaal domein ben ik namelijk gewend rekening te houden met hoe het in mensenhoofden werkt. Kritische vragen die ik bij deze fictieve roman zou stellen, gaan niet over bètazaken maar over hoe mensen omgaan metLees de rest van dit artikel op Fantasize

 

Lees ook