Aan de Lloydstraat in de Rotterdamse wijk Delfshaven, uitkijkend over de Nieuwe Maas, staat een kunstwerk van ruim vier meter hoog. Het bestaat uit twee muzieknoten van roestig staal die samen een gestileerd schip vormen. Bovenop zijn vier menselijke figuren geplaatst. De eerste figuur staat stil, de tweede en derde komen uit een ineengedoken houding overeind. De vierde danst – en is niet meer geketend.
“Dans is niet alleen bevrijdend, maar brengt ook culturen samen,” zei kunstenaar Alex da Silva over het door hem gemaakte slavernijmonument Clave: het lichaam dat slaaf is vertrekt, de ziel die vrij is blijft. Het staat op de plek waar eeuwenlang zogenoemde ‘driehoekshandel’ plaatsvond. Handelswaar zoals vuurwapens en alcohol werd er verscheept naar Afrika, waar het werd geruild voor slaven, die in het Caribisch gebied dan weer werden verhandeld voor tabak, suiker en koffie, dat vervolgens in Nederland werd verkocht. Een geladen stukje Rotterdam dus.
In het korte verhaal Dansend door de nacht (2018) is Delfshaven de achtergrond van andersoortige activiteiten. Studenten organiseren in de jaren 90 een illegaal feest in een slooppand. Ze regelen een biertap, kopen de benodigde elektronica met de bedoeling die de volgende dag weer naar de winkel terug te brengen onder de ‘niet goed geld terug’-garantie en slepen oude grammofoonplaten aan van zo ongeveer elke muzieksoort uit de jaren 80.
Toen we het pand binnenkwamen, stonden er wat aftandse meubelen die eruitzagen of ze er op eigen kracht heen gestrompeld waren. Een enkel bankstel maakte de indruk mensen te kunnen verslinden. Dat maakte niet uit, want het was niet de bedoeling te gaan hangen, het was de bedoeling te dansen.
De eerste beats rolden over de dansvloer nog voordat het eerste biertje was getapt.
De nacht verstrijkt. Het Maaswater dampt diesel- en algengeur, de feestgangers gaan op in de ritmen en elkaars gezelschap. Toch loopt het niet goed af, zoals vaker het geval is in de verhalen van Jack Schlimazlnik (1970-2020). Meestal is daar het Nederlandse landschap, geciviliseerd of niet, de bron van allerlei gruwelijkheden. Dansend door de nacht is een van de weinige van de ongeveer 70 beschikbare verhalen van deze schrijver die zich afspelen in een stad. Het werd geschreven voor een wedstrijdbundel met verhalen over Rotterdam.
Het taalgebruik en de sfeer van de jaren 90 wekken de indruk dat Dansend door de nacht enkel een tijdsbeeld schildert. Zo zag de verhalenbundel, Het Rotterdam Schrijft Boek, het … Lees de rest van dit artikel op Fantasize
