Foto Mike Jansen

Even mijn visie: Afgezien van het onbekend maakt onbemind en een bepaald stigma dat rust op ‘fantastiek’ of ‘genre’, merk ik dat veel lezers niet de moeite nemen om diepere lagen in het verhaal te zoeken, laat staan dat ze die opmerken. Waarom ik niet meld dat er diepere lagen in mijn verhalen zitten, is om het voorgaande, maar ook omdat ik al blij ben als mensen de moeite nemen verhalen te lezen. En de ‘fantastiek’-lezers zijn op een enkeling na ook niet al te zeer op zoek naar diepgang of relevantie. Misschien moet je je afvragen voor wie de schrijver een verhaal schrijft. Voor mij persoonlijk is dat omdat ik mijn verhalen in eerste plaats voor mezelf schrijf. Ik lees ze altijd met plezier terug. En ik deel mijn plezier met wie ze maar wil lezen. Diepere lagen herkennen is dan een bijkomstigheid.

Deze mail kreeg ik op 9 november 2022 van Mike Jansen, bekend als schrijver, wedstrijdorganisator en uitgever binnen de Nederlandstalige wereld van genre – en trouwens ook daarbuiten. Zijn mail was een reactie op mijn essay Genre tussen poëzie en literair proza in. Daarin betoogde ik dat ik schrijvers van genre zelden iets hoor zeggen over de diepere lagen in hun verhalen. Ik stelde de vraag of het soms beschamend is dat je wat te zeggen hebt. Als het niet belangrijk is dat de diepere lagen in je verhaal bij de lezer aankomen, waarom neem je dan de moeite om ze erin te stoppen? En, als het wel belangrijk voor je is, waarom laat je het gebeuren dat volksstammen lezers er overheen lezen?

Toen ik Mike antwoordde dat lezers van genre beter gefaciliteerd zouden moeten worden met analyses van verhalen, kwam de uitnodiging per kerende mail:

Voel je er iets voor om een keer met een schrijver door een verhaal heen te gaan?

Ja, daar had ik wel oren naar. Ik stelde De bron voor, een recent verhaal van Mike dat hij schreef voor de themawedstrijd ‘Grimoires’ van de Waterloper in 2021. Het is opgenomen i… Lees de rest van dit artikel op Fantasize 

 

Lees ook