Illustratie bij verhaal De schone slaapster symfonie (EdgeZero)

Hoe verhoudt speculatieve fictie zich tot literair proza of poëzie daar waar het gaat om ‘relevantie’? Kan het even complex zijn en evenzeer uitnodigen tot nadenken over mens, samenleving en wereld? Speculatieve fictie zoals sciencefiction, fantasy en horror wordt vaak gezien als iets wat niet voldoet aan de criteria van literair proza en dus ook geen relevantie kan hebben. Het is entertainment. In dit betoog beargumenteer ik dat speculatieve fictie inderdaad niet ‘literair’ is. Mijn ervaring is dat het gewoon anders werkt en dus niet aan die meetlat afgemeten zou moeten worden. In deze losse verkenning zet ik speculatieve fictie naast literair proza en poëzie. Voor wat die andere twee genres betreft hanteer ik algemene begrippen en inzichten zoals je die aantreft in basishandboeken, adviezen voor het schrijven en serieuze recensies. De drie speculatieve verhalen die ik als kapstok gebruik, kunnen online gelezen worden. (Waarschuwing: er is sprake van spoilers.)

Allereerst: wat is’relevantie’?

Deze term wordt in letterenland vaak gekoppeld aan ‘kwaliteit’ en ‘dus’ aan literair proza. Een verhaal ‘nodigt uit tot nadenken’. Andere formuleringen zijn: het heeft diepgang, er worden meer vragen gesteld dan beantwoord, er zijn meerdere of diepere lagen, het gaat over belangrijke morele of ethische kwesties, het is multi-interpretabel, het is complex, het wordt de lezer niet voorgeschoteld, het is niet alleen maar entertainment – enzovoorts. Een objectieve letterkundige definitie lijkt er niet van te bestaan. Als ik het in mijn eigen woorden zeg dan betekent ‘relevantie’ dat een verhaal tot nadenken stemt over iets wat te maken heeft met de wereld, de samenleving, je eigen beleving of juist hoe andere mensen denken, de toekomst of juist het verleden. Ik kom dan tot de volgende vuistregel:

Er is sprake van relevantie als de strekking van het verhaal, in één zin vervat, meer is dan een verhaalbeschrijving of een tegeltjeswijsheid.

Het is niet zinvol om hieraan een kwaliteitslabel en daarmee een waardeoordeel te koppelen. Er is niets mis met verhalen waarin geen relevantie zit. De brief voor de koning heeft volgens deze vuistregel geen relevantie maar wordt door volksstammen mensen (mijzelf incluis) al decennia lang gekoesterd.

Instrumenten om relevantie over te brengen

Wie houdt van relevantie in een verhaal, zal in boekhandel of bibliotheek allereerst gaan kijken in de kasten met literair proza of poëzie. Toch is er, objectief bezien, geen reden om aan te nemen dat verhalen binnen de genres sciencefiction, fantasy en horror geen relevantie in zich zouden kunnen dragen. Er is voor mijn gevoel bij de drie genres eerder sprake van voorkeursinstrumenten.

In literair proza staat meestal het personage centraal. Het draait om de psychologie, het laten zien van een ‘echt’, driedimensionaal mens en diens persoonlijke ontwikkeling. Zowel actie als een uitgewerkte verhaalwereld zijn in het algemeen ondergeschikt. Taalgebruik heeft een functie in de zin dat het onderdeel is van het vakmanschap van de schrijver. De stijl moet origineel zijn, zeggenschap hebben en de strekking goed overbrengen. Verder speelt literair proza vaak met vorm, bijvoorbeeld met een bijzondere verhaalstructuur of, minder vaak, met een bepaald teksttype zoals de briefroman. Er kan sprake zijn van intertekstualiteit.

In poëzie is in de regel geen sprake van uitgewerkte personages of actie. De verhaalwereld/setting is wel vaak belangrijk; verbeeldingskracht is een van de kerneigenschappen van poëzie. Taalgebruik is essentieel: poëzie is uiterst compact, brengt via beeldspraak of verwijzingen meerdere betekenissen aan in de tekst en zet naast betekenis ook klank en ritme in. Ook de vorm is essentieel. Denk aan versvorm of aan het betekenisvol afbreken van regels.

In speculatieve fictie is, net als in poëzie, het uitgewerkte personage meestal van minder essentieel belang. Actie speelt vaak wel een rol, hoewel dat niet hoeft. De verhaalwereld/setting is essentieel, feitelijk datgene dat bepaalt dat iets ‘speculatieve fictie’ is. De verhaalwereld komt vaak voort uit de vraag ‘Wat als…?’ Taalgebruik is net als bij literair proza onderdeel van het vakmanschap van de schrijver, maar het kan ook, net als in poëzie, de sleutel zijn tot de relevantie die onder het oppervlakteverhaal schuil gaat. Voor wat betreft vorm is het niet veel anders dan bij literair proza.

Drie verhalen over het zelfbeeld als vijand

In drie Nederlandstalige speculatieve kortverhalen waarin sprake is van relevantie heb ik gekeken hoe dit wordt overgebracht. Ze hebben ruwweg hetzelfde thema: ‘het (door anderen opgeroepen) zelfbeeld als vijand’. Natuurlijk is hier sprake van mijn interpretatie. Verhalen zijn geen wiskunde. De vuistregelzinnen en overige opmerkingen hieronder hoeven niet de interpretatie van andere lezers te zijn, laat staan die van de schrijvers zelf. Naar mijn weten zijn op deze verhalen (nog) geen andere reflecties beschikbaar – iets waar ik later op terugkom. De verhalen zijn alle drie online te lezen (zie Verantwoording).

In Glazen tellen (3.200 woorden, uit 2021) van Debby Willems krijgt gescheiden vrouw Marijke te maken met een vloek die al generaties lang stilletjes wordt overgedragen van moeder op dochter. De vloek, in de vorm van een monster, speelt in op schuldgevoel, pijn en angst. Vervat in een vuistregelzin: ‘Zolang er een kloof is tussen wat we openlijk belijden en eigenlijk voelen, blijven traditionele verwachtingspatronen ten aanzien van vrouwen generatie op generatie in stand.’

De knipoog van de meermin (4.500 woorden, uit 2015) van Jack Schlimazlnik neemt matroos Nelson een nieuwe collega mee aan boord van het stoomluchtschip. Tijdens seks springt een moordzuchtige tatoeage van de collega over op Nelson. Vervat in een vuistregelzin: ‘Als we schijnheiligheid en homofobie toelaten in onze samenleving, wordt ons eigen denken daardoor vergiftigd.’

In De schone slaapster symfonie (5.300 woorden, uit 2007) van Django Mathijsen verwelkomt conservatieve eilandbewoner Gustav de ondernemende jonge toeriste Felina. Met behulp van een chip probeert hij dat wat hij ziet als haar essentie in een muziekstuk te vatten. Vervat in een vuistregelzin: ‘Door vluchtelingen in te prenten dat zij getraumatiseerden zijn in tolerant paradijs Nederland, richten we getalenteerde mensen te gronde en blijven we zelf in gezapigheid steken.’

Met deze samenvattingen en vuistregelzinnen doe ik beslist geen recht aan de nuances en reikwijdte van de verhalen. Zo nemen Glazen tellen en De knipoog van de meermin het heteronormateve in bredere zin mee en zaagt De schone slaapster symfonie aan de poten van de traditionele tegenstelling tussen (rechts) conservatief en (links) progressief.

Inzet van de instrumenten in de drie verhalen

Hieronder bekijk ik hoe de verschillende instrumenten in deze verhalen bijdragen aan het overbrengen van relevantie.

Personages/psychologie

In Glazen tellen voelen de relaties tussen Marijke, haar broer Erik en hun moeilijke, aan alcohol verslaafde moeder echt aan. Tussen Marijke en Erik speelt gedeeld schuldgevoel over hun keuze om moeder naar een kliniek te brengen, maar ook speelsheid daar waar het gaat om grapjes over Eriks homoseksualiteit. Marijkes ex-man Olivier fungeert kort als botte, heteronormatieve splijtzwam die Marijke in een verantwoordelijke rol drukt. De relaties zijn de context waarbinnen Marijke haar ontwikkeling doormaakt. Ze zijn een duidelijk instrument in het verhaal.

Nelson in De knipoog van de meermin staat voor de gewone jongen die zijn leven (inclusief zijn seksuele geaardheid) volkomen normaal vindt. Zijn dramatische keuze aan het einde komt voort uit zijn afschuw over wat het ‘gif’ van de tatoeage in zijn hoofd heeft teweeggebracht, niet vanuit enige psychologische ontwikkeling. De personages zijn dan ook nauwelijks een relevant instrument.

Gustav en Felina in De schone slaapster symfonie staan voor respectievelijk de gezapige, hypocriete Nederlandse manier van denken en het nieuwe, frisse met eigen kenmerken. Eigenlijk zijn het dus allegorische personages. Hun gedragingen en de manier waarop zij met elkaar omgaan belichamen dat, hoewel ze wel overtuigend overkomen in hun gesprekken en reacties.

Actie/gebeurtenissen

Geen van de drie verhalen is buitengewoon actie-rijk. Er wordt vooral bewogen, gepraat en gedacht. Alleen in de climax is echt sprake van actie. In Glazen tellen en De knipoog van de meermin worden de vertellers besprongen door, respectievelijk, een harig monster en een drakentatoeage, iets wat ze alleen maar machteloos kunnen ondergaan. In De schone slaapster symfonie speelt Gustav zijn symfonie af voor Felina en zien we wat dat met haar doet. Actie draagt dus alleen in dat opzicht bij aan de relevantie: het vertegenwoordigt het moment dat het fatale zelfbeeld zichzelf manifesteert.

Verhaalwereld/setting

Glazen tellen speelt zich af in het gewone hier-en-nu. Het is pas ‘s nachts dat het monster, in de vorm van een ongrijpbaar, gruwelijk wezen, verschijnt. Het monster staat voor het normatieve dat letterlijk de adem uit Marijke perst en haar tot zelfhaat en zelfdestructie drijft.

In De knipoog van de meermin staat het stoomluchtschip voor de tolerante cocon waarin Nelson zich altijd veilig kon voelen. De tatoeages in het verhaal, aanvankelijk realistisch, gaan bewegen. De drakentatoeage staat voor de ‘giftige’ opvattingen van de hypocriete collega die overspringen naar de tot dan toe relaxte en mentaal vrije Nelson.

De schone slaapster symfonie speelt zich halverwege de 21e eeuw af, al ziet de wereld er op het eerste gezicht niet heel anders uit dan nu, op wat technische zaken na. De verhaalwereld dient om het contrast tussen Gustavs wereldje en Felina te laten zien. Daarmee staat de verhaalwereld behoorlijk centraal: het vrije en vriendelijke blijkt steeds weer regelgebonden en afhoudend. In de verhaalontwikkeling staat de futuristische NEX-chip centraal, als de wijze waarop een schadend zelfbeeld aan de nieuwe Nederlander wordt opgedrongen. De ’emotika’ die in Felina’s voorhoofd geïmplanteerd zit, laat zien hoe zij zelf haar gevoel communiceert – iets waar Gustav totaal geen oog voor heeft.

Vorm

Vorm speelt alleen in Glazen tellen een sterke rol in het overbrengen van relevantie. Het verhaal springt heen en weer in de tijd. Hiermee wordt spanning gegenereerd maar komen ook de onderliggende angsten en onbehaaglijkheden in Marijkes denken steeds verder boven water. Het schuldgevoel krijgt zo meer diepte en wordt ook diffuser en meervoudig interpreteerbaar. De overdracht van generatie op generatie krijgt gestalte in de introductie van Marijkes dochtertje, pas aan het einde. Marijke is nu niet langer meer de dochter, maar zelf de moeder.

In De knipoog van de meermin en De schone slaapster symfonie is geen sprake van de inzet van vorm. Beide verhalen worden lineair verteld. Incidentele reflectieve flashbacks dienen vooral als uitleg.

Taalgebruik/woordkeus

Het taalgebruik in Glazen tellen is niet heel origineel. Het is rechttoe rechtaan, met korte zinnen en regelmatig een kleine, spanningverhogende vooruitblik. Van de inzet van metaforen is niet echt sprake behalve bij de nagels, die staan voor het plagen vanuit een wezenlijk respect voor elkaar enerzijds en iemand pijnigen anderzijds.

De knipoog van de meermin hanteert een zorgvuldig, licht-archaïsch taalgebruik. De metafoor van de inkt(vis) ligt breed over het verhaal en draagt de relevantie. De inkt is giftig, stinkt, vertegenwoordigt heteronormatieve waarden en wordt in verband gebracht met de kraken die met hun tentakels naar het tolerante luchtschip reiken. Minder goed zichtbaar zijn de tekstuele echo’s van verschillende liedjes waarin man-vrouwrollen centraal staan. Nog dieper verborgen is de woordkeus die wijst naar Amerika als dominante, intolerante cultuur: Southampton (vertrekhaven van de Mayflower), het palmbier (Florida), de helse keuken (Hell’s Kitchen), de katoenen mouwen (Cotton Club). Taalgebruik fungeert als een soort wenteltrap de diepte in: je kunt er als lezer zo ver in afdalen als je wilt of kunt.

In De schone slaapster symfonie wordt taalgebruik breed ingezet om de relevantie over te brengen. Er is sprake van ironie en sarcasme, overdrijving, opzettelijke taalfouten, doelbewuste voornaam- en nationaliteitskeuzen, neologismen en metaforen. De regenbooglijster en de kleurrijke korst zijn nog vlot herkenbaar en interpreteerbaar, over het verschil tussen ‘beesten’ en ‘dieren’ in binnen- en buitenland lees je gemakkelijk heen. Taalgebruik maakt het verhaal tot een soort legpuzzel die in sterke mate de relevantie draagt maar ook voor het diffuse zorgt, dit omdat elke lezer verschillend zal herkennen en interpreteren.

Van meetlat naar positioneren

Ik heb aan het begin niet voor niets literair proza, poëzie en speculatieve fictie naast elkaar gezet. Ik denk namelijk niet dat speculatieve fictie geïntegreerd kan worden binnen iets anders. Speculatieve fictie legt zijn eigen prioriteiten binnen het palet aan instrumenten. Daarmee kan het heel goed relevantie dragen, dat blijkt ondubbelzinnig uit bovenstaande drie verhalen. Glazen tellen, waarin de relevantie rust op de personages en de vorm, ligt van het drietal het dichtst bij literair proza aan. De knipoog van de meermin en De schone slaapster symfonie leunen vooral op de verhaalwereld en op taalgebruik als de sleutel tot betekenis, wat enerzijds doet denken aan poëzie maar tegelijkertijd een totaal eigensoortig product oplevert. Vooral in deze twee verhalen zien we de verschijningsvorm die relevantie in sciencefiction, fantasy en horror zo vaak heeft. Speculatieve fictie verdient een autonome plek in het letterenlandschap daar waar het gaat om het overbrengen van relevantie. Het werkt anders. Je kunt het niet langs de meetlat van literair proza leggen.

Of we een andere meetlat zouden moeten ontwikkelen is maar de vraag. Het heeft weinig nut om verhalen rigide in te delen in het ene of het andere hokje. Eerder is er sprake van een glijdende schaal waarin je kunt aangeven dat een verhaal met fantastische elementen eerder naar het literaire of juist meer naar het speculatieve neigt. Met ‘kwaliteit’ heeft dat, nogmaals, niets te maken. Hoogstens kun je bij een verhaal de vraag stellen of de schrijver de instrumenten goed heeft ingezet.

Bij literair proza vraagt dat om kennis en ervaring. Scholieren in het middelbaar onderwijs leren hoe ze een literair verhaal moeten lezen. Speculatieve verhalen krijgen dat zetje in de rug niet. Lezers moeten het zelf maar uitzoeken, en verhalen als De knipoog van de meermin en De schone slaapster symfonie vragen om veel speur- en denkwerk aan de kant van de lezer. De schone slaapster symfonie heeft me een avond werk gekost, in De knipoog van de meermin heb ik uren en uren uitzoekwerk moeten steken. Daar is in beginsel niets mis mee natuurlijk, want als een gedicht complex is lopen we daar ook niet over te zeuren. Alleen hebben we met zijn allen volgens mij helemaal niet scherp dat dergelijke vaardigheden nodig kunnen zijn.

Niet alleen het onderwijs en de toch altijd wat neerbuigende blik van de (literaire) buitenwacht zijn daar debet aan. Ik zie binnen het speculatieve wereldje te veel besprekingen van speculatieve fictie die mij het gevoel geven dat de relevantie in een verhaal totaal niet is herkend en geïnterpreteerd. Sterker nog: er is niet eens naar gezocht. Blijkbaar wordt het door onszelf ook niet verwacht.

Aan de andere kant hoor ik speculatieve schrijvers ook zelden iets zeggen over relevantie in hun verhalen. Dat verbaast me erg. Is het beschamend of iets dergelijks dat je wat te zeggen hebt? Als het niet belangrijk is dat de relevantie in je verhaal aankomt, waarom neem je dan de moeite om het erin te stoppen? En, als het wel belangrijk voor je is, waarom laat je het gebeuren dat volksstammen lezers je niet horen?

Positioneren – kan het?

In dit essay heb ik verkend hoe je ‘relevantie’ in een vuistregel zou kunnen vervatten, hoe speculatieve fictie de instrumenten personages, actie, verhaalwereld, vorm en taalgebruik prioriteert, en hoe de instrumenten zoal ingezet kunnen worden om relevantie over te brengen. Dit alles betreft dus het product: het verhaal of de roman. Verder heb ik gesteld dat lezers en schrijvers elkaar nauwelijks ‘ontmoeten’ daar waar het gaat om relevantie. Dit betreft de menselijke factor: de wisselwerking tussen lezers en schrijvers.

Kan de speculatieve fictie zichzelf beter positioneren? Voor zowel de inhoudelijk als de menselijke factor roept die vraag meteen allerlei nieuwe vragen bij me op. Is mijn voorgestelde vuistregel voldoende bruikbaar voor speculatieve fictie of conformeert hij zich toch te veel aan de eisen van literair proza? Kan het hanteren van zo’n vuistregel binnen het speculatieve wereldje bijdragen aan een beter lezen, aan betere recensies? Vraagt het instrumentarium dat ik benoem om meer finetuning, met name daar waar het gaat om instrumenten (technieken) die gebruikelijk zijn in de poëzie? Hoe kijken lezers en schrijvers aan tegen relevantie in speculatieve fictie? Waar valt voor wat betreft de ‘ontmoeting’ dan de meeste winst te behalen? En waar valt de meeste winst te behalen als we richting de buitenwacht speculatieve fictie willen neerzetten als drager van relevantie?

We hebben zowel het product als de menselijke factor nodig om onszelf beter te positioneren. Als niemand ziet of zegt dat er relevantie in een sciencefiction-, fantasy- of horrorverhaal kan zitten dan vind ik het eerlijk gezegd ook niet onterecht dat de literaire wereld onze genres niet serieus neemt. We nemen onszelf immers ook niet serieus.

 

Lees ook

 

Verantwoording

Algemeen

De uitgelichte afbeelding bij dit essay is afkomstig van de website van EdgeZero (illustratie bij De schone slaapster symfonie).

Verhalen

Django Mathijsen, De schone slaapster symfonie (2007), op https://edge-zero.com/de-schone-slaapster-symfonie-django-mathijsen/

Jack Schlimazlnik, De knipoog van de meermin (2015), op https://edge-zero.com/de-knipoog-van-de-meermin-jack-schlimazlnik/

Debby Willems, Glazen tellen (2021), op https://edge-zero.com/glazen-tellen-debby-willems/

Publicatiehistorie van dit essay

Dit essay verscheen in november 2022 op deze website onder de titel Positiepapier (1)  en is in 2026 herschreven.