Sahers dans laat zien dat je door in je eentje tegen de stroom in te zwemmen, veranderingen kunt bewerkstelligen. Sophia Drenth maakt gebruik van structurele ironie en een zorgvuldige woordkeus om te vertellen over lichaam en geest – mogelijk in meer dan één opzicht.

De naamloze ik-persoon uit Sahers dans van Sophia Drenth is gevangen in een duister gangenstelsel waar ze prooi is in een wreed spel. Ze krijgt hulp uit onverwachte hoek. Dit verhaal is hier online te lezen en is ook opgenomen in Drenths verhalenbundel Mistflarden & moordjuweeltjes (2025).

Wat valt me op bij de eerste lezing?

Het is een intens verhaal dat leest alsof je het als lezer lijfelijk moet ervaren. Tegelijkertijd roepen sommige details scepsis bij me op. Dat ze blind door gangen rent voelt niet realistisch aan. De termen waarmee de gevaarlijke aanvallers worden aangeduid zijn opvallend: ‘grauwers’ passen in de sfeer, maar ‘gladjakkers’ en ‘weermennekes’ totaal niet.

Verwachting

Ik vraag me af of dit een allegorie kan zijn: een vorm van beeldspraak die gedurende het hele verhaal wordt volgehouden. Het fantasyverhaal vormt dan een parallel met iets in onze realiteit. Waarmee? De ‘gladjakkers’ en de Orde die het spel orkestreert doen me denken aan paranoia en psychiaters. Of verbeeldt het misschien een psychose?

Wat valt me op bij het (her)herlezen?

  • Er ligt veel nadruk op de fysieke beleving van de verteller: hartslag, klapperende tanden, geluiden, de duisternis, een vieze smaak in de mond, hijgen. Tegelijkertijd is het een show van ‘oordelers’. Haar gedachten en emoties worden voortdurend in de gaten gehouden. Ze verzet zich tegen de grauwers alsof ze schermt, waarbij ze handelt op de mentale instructies van Saher maar geen idee heeft wat er om haar heen gebeurt. Deze combinatie van intensheid en afstandelijkheid maakt het geheel claustrofobisch.
  • Hoe de verteller heet horen we niet, maar de geest van haar verslagen vriend heet Saher en het verkreukelde vogeljong dat haar laat zien hoe ze moet handelen heet Kolohara. Als ik bij het lezen van een verhaal vreemde namen tegenkom, denk ik daar altijd even over na. Ik associeer deze met woestijnen (Sahel, Kalahari) maar of dit metaforisch bedoeld is of op toeval rust, kan ik niet vaststellen.
  • Ze heeft ‘getraind’ om vechtend de Orde omver te werpen. Ze was een voorbeeld voor andere mensen en gaf hen moed. Dat ze nu gevangen is en in de ‘doolputten’ is geworpen, is een afgang voor haarzelf en een reden voor triomf voor de Orde.
  • Haar vriend Saher was geen vechter maar een planner, een dromer. Het is zijn geest die haar fysiek helpt te overleven en uiteindelijk ook de uitweg biedt.
  • Er is een parallel tussen het rennen door het duister en de blindelingse dans van de vogelzwerm. Sahers instructie is net als het richtingloze gefladder van Kolohara de eenling die de zwerm van richting kan doen veranderen. Patronen kunnen doorbroken worden, een ‘oordeling’ is geen doodvonnis.

Conclusie

Het verhaal kan worden gelezen als een ode aan de menselijke geest, die strikt genomen zwak en klein is maar, door in zijn eentje tegen de stroom in te zwemmen, veranderingen kan bewerkstelligen. Binnen deze algemenere strekking is een persoonlijke urgentie te voelen. Drenth is chronisch ziek. Ik interpreteer de gladjakkers en weermennekes als medische behandelaars en diagnosestellers die denken dat ze almachtig beschikken over een mens in een ziek lichaam. De conclusie van het verhaal is dan dat het lichaam er is om tijd te rekken zodat de geest in zijn missie kan slagen. Hoe precies, en met een effect op wie, dat is aan de lezer.

 

Lees ook