Recent

Schrijven als een schot in het duister. Op zoek naar Jack Schlimazlnik

Het emissieschandaal (2015), de periode volgend op de tumultueuze gemeenteraadsverkiezingen van 2010, de commotie rond Fitna (2008) – bij het herlezen van het oeuvre van Jack Schlimazlnik dit voorjaar merkte ik dat veel gebeurtenissen die de eerste twee decennia van deze eeuw tekenden in mijn geheugen behoorlijk vergeeld zijn geraakt. Dat is niet zo gek. De tijd schrijdt voort en in 2022 wordt onze aandacht opgeëist door de gebeurtenissen van 2022. Het is mede door verhalen dat we kunnen zien wat er in het (recente) verleden leefde en hoe dat steeds weer vorm geeft aan universele dromen en angsten. Fictie reflecteert altijd de tijd waarin het werd geschreven. Soms onbewust, soms bewust.

Dat laatste is van toepassing op de verhalen van Schlimazlnik — lees hier verder

 

De afbeelding bij dit bericht is een vrije bewerking van The real thing (© Schlimazlnik 2003)

 

Over Jack Schlimazlniks ‘Het lied van de pijn’

‘Give a dog a bad name and hang him.’ Of in het Nederlands, want dit gaat tenslotte over een verhaal van Jack Schlimazlnik: ‘Wee de wolf die in een kwaad gerucht staat.’ Daar waar onjuiste informatie klakkeloos voor waarheid wordt aangenomen, vallen slachtoffers. Een schrijnend voorbeeld hiervan is de justitiële dwaling waarvan — lees hier verder

Hoe klinkt een vroegtwintigste-eeuwse genredichter?

Zo zou je Hendrik de Vries (1896-1989) in elk geval op basis van zijn literaire levensloop kunnen noemen. Als kind las hij Jules Verne en ook Edgar Allen Poe, van wie hij later nog gedichten zou vertalen. De prehistorie boeide hem zeer, getuige de vele tekeningen van dinosaurussen en diepzeemonsters die hij maakte op de achterkanten van schoolopstellen. Zijn eerste bundel, Het gat in Mars en het Milagrat (1917), over een ruimtestrijd, bracht hij in eigen beheer uit. Bundels twee en drie (De nacht in 1920 en Vlamrood in 1922) kon hij via een uitgeverij naar buiten brengen, al droeg hij zelf financieel bij. Zo moest hij van Vlamrood de eerste 65 exemplaren zelf kopen, voor de somma van één gulden per stuk, wat omgerekend in die tijd neerkwam op zo’n twee maanden huur voor een sociale huurwoning. Intussen wist hij wel gedichten gepubliceerd te krijgen in tijdschriften en bloemlezingen.

Kortom: herkenbare ontwikkelingen voor de aan weg timmerende, in de regel wat nerderige genreschrijver. Later in zijn leven ging De Vries trouwens goed boeren. Rond zijn vijftigste… (lees hier verder)

Kobalt en mosterd

Hoe kun je een tekstverhaal visueel ondersteunen zonder dat het meteen een film of animatie wordt? Die vraag stelde ik me in de zomer van 2020. Het resultaat is ‘Kobalt en mosterd’, waarin een skateboarder tijdens een onweersstorm een vreemd avontuur beleeft. Hier kun je luisteren naar het verhaal en kijken naar de beelden.

Kort verhaal: ‘Het blinde oog’

Dit verhaal gaat over augmented reality (AR) en de vraag wie bepaalt wat we zien en wensen te zien.

 

We staan in een landschap van omgewoelde grond en verkoolde boomstronken. Het is vroeg in de morgen en er kwetteren vogels. De gevechtshandelingen waarbij in de eerste paar minuten tweehonderd soldaten zullen omkomen moeten nog beginnen. Van achter zandzakken een paar meter verderop horen we gepraat en het herhaalde geklik van een bijna lege sigarettenaansteker, en soms gelach. We horen geluiden van graven en timmeren. Gebrom van vrachtauto’s.

👂 We horen een stem. ‘Dus het is schadelijk voor jonge mensen?’

Een tweede stem zegt: ‘Juist kwetsbare jongeren zien het verschil niet tussen (…)

Lees hier verder (3.700 woorden)

Ultrakorte beeldverhalen

Kleine, niet heel schokkende avonturen in fantastische werelden waren dit. In de vroege zomer van 2020 heb ik er een handjevol gemaakt. Steeds postte ik de eerste (met tekst) op de donderdag op Facebook en Instagram. Op zondagavond, aan de vooravond van de werkweek, kon je dan via Facebook en Instagram Stories (maximaal 24 uur zichtbaar) het tweede beeld zien. Hier vind je er vier.

Kort verhaal: ‘Mist vraagt niet om je wachtwoord’

In dit verhaal neemt de pragmatische ‘datective’ Aed Slaine een klus aan die riskanter is dan hij had gedacht. Het brengt hem naar uitvaartcentra en metrostations waar de Keltische onderwereld dichterbij blijkt te zijn dan hij dacht.

 

De schoonmaakkast in uitvaartcentrum De Brug was schemerig en de enige zitplaats was een plastic zak met vuile handdoeken. Toen Aed Slaine erop ging zitten zakte hij zo ver omlaag dat zijn knieën naast hem omhoog staken. Hij startte zijn apparatuur op, wachtte tot de software liep en verlangde naar een cappuccino. Op de gang passeerde af en toe een rinkelend karretje en vanuit het zaaltje galmde Frans Bauers ‘Trein naar Niemandsland’. Het had iets vredigs. Terwijl zijn laptop data opsloeg van alle smartphones die op dat moment gebruikmaakten van de openbare Wifi van het uitvaartcentrum, overdacht hij het gesprek dat hij enkele dagen eerder met Morris Charver had gehad.

‘Rugen grijpt nu (…)

Lees hier verder (5.300 woorden)

Kort verhaal: ‘Schubdig of niet schubdig’

Toon was in zijn vijfde incarnatie – die van een zalm – toen hij als getuige werd opgeroepen in een rechtszaak. Onder begeleiding van de parketwacht werd hij in een aquarium van gepantserd glas naar de rechtbank gereden. Het was verontrustend maar ook wel opwindend. Toon floot intieme, nerveuze belletjes en neusde tegen het glas terwijl hij de trappen werd opgedragen, de troebele rechtbank in.

Er groeide veel, in trage, grijze wapperingen. Toon zong en mijmerde vele dagen, nachten en onweersstormen lang, tot er een bleek gezicht achter het glas verscheen. De bek opende en sloot weer en het gezicht verdween. Toon wachtte (…)

Lees hier verder (1.500 woorden)