Joke en de Algieter

Home

PDF-versie

Ooit waren er gigantisch veel van. Godinnen, bedoel ik. Je had de godin van de vruchtbaarheid en de voortplanting, van de zon, van de onweersstormen, van de reizigers, de misdaad (een kleintje) en de wijsheid. Je had ook abstractere, zoals de godin van stratocumuluswolken en die van de lanthaniden. Oude potscherven bewezen het bestaan ooit van Algodinnen van Tijd, van Druk en Temperatuur, van Protonen en van Donkere Materie.

Joke was de godin van de gezelligheid. Met haar lange, paardachtige gezicht was ze bepaald geen schoonheid, maar ze was gezellig. Het type van bloemen in de vensterbank en een poes voor het haardvuur. Of misschien was ze in een andere beschaving wel de godin van de helium. Indeling is tenslotte mensenwerk, en woorden en kapstokken komen gemakkelijk tot leven. Heel raar zou het trouwens niet zijn. Helium is net als gezelligheid klein en stabiel. Het is niet gevaarlijk tenzij het geforceerd tot stand komt, zoals met kerst. Hoe dan ook, als godin had Joke al het menselijke in zich maar dan in vergrote en vervolmaakte vorm. Ze was dus een gezellige troela van bovennatuurlijke proporties.

Op de laatste dag die het pantheon zou kennen zette ze in de keuken, zacht kreunend want ze ging ook al weer een jaartje of twintig miljard mee, een bakje ether neer voor Kappie de poes en vulde haar gieter onder de kraan. Daarmee ging ze naar de woonkamer, waar de kosmische ochtendstraling koesterend op haar vensterbank viel.

Jokes bloemen waren kleinere sterren en nevels. Voor rode reuzen was geen ruimte, die stonden buiten in de tuin. Dwergen gaven zoveel rommel dus die verving ze niet als ze dood gingen. Er stonden er nog maar een paar van, zwijgzaam en bleek in hun potten van gekromde ruimte. Nee, het waren de gewone hoofdreeksplanten die haar zoveel plezier gaven.

Ze ging tevreden aan het werk en vergat al gauw al het andere. Neuriënd begoot ze haar protosterren en globulen, haar Wega die ze voor de poorten van de interstellaire luis had weggesleept, de veranderlijke Gemma en de Phi Orionis met zijn prachtige aren. Ze knipte dorre meteorieten weg en genoot van het eerste sprankelen van de magnetische velden die straks in de zomer echt zouden gaan gloeien. Nog weer era’s later zouden er zonnestormen gaan woeden en zou veel doven tot ijs, zwart als een gat. Maar zover was het nog lang niet en het maakte Joke ook niet uit. Ze vond alle kosmische lichtjaargetijden even mooi en gaf elke plant wat nodig was. Sirius A kreeg om de dag water, Barnards ster eenmaal per week omdat de punten van de bladeren anders ultraviolet gingen kleuren. En Sol kon vandaag wel wat gebruiken, zag ze. Vanwege planeten die er omheen cirkelden goot ze zoals altijd voorzichtig.

‘Ach, jochie toch,’ zei ze toen ze per ongeluk toch een beetje spatte, en ze blies met voorzichtige, warm-godinnelijke adem het minuscule rond suizende korreltje weer droog. Ze hield van Sollebollie en zijn ruisende planeten. Toen ze haar oor ernaast hield kon ze melodieën horen, ijl als windveren. Ze neuriede mee, niet erg zuiver maar wel gezellig, en keek toen toevallig door het raam. Buurvrouw Ingrid was net naar buiten gekomen en stond met een verstoord gezicht een sigaret op te steken. Joke keek aandachtig en zag dat er een beroep werd gedaan op haar eigenschap. Ze zette haar gieter neer.

Kappie de poes, die zijn bakje leeg had en nieuwsgierig bij de woonkamerdeur stond, schoof ze met de punt van haar voet weg.

‘Nee, Kappiepappie, jij mag er niet in.’ Hij keek verwijtend en rood gestreept naar haar op. ‘En kijk maar niet zo zielig, je weet heus wel waarom.’ Ooit, in voor-Ptolomaeische tijden, had hij het sterrenbeeld Dwergpapegaai van de vensterbank gehengeld en opgegeten, en hij zat al parsecs lang te azen op de Vissen. Dus ze deed de deur goed dicht en ging de tuin in.

Ingrid was een heel ander type godin. Ze was zakelijk en voortvarend. Hermes en Mercurius hadden hun manipulatieve konten nog niet gekeerd of ze had haar kans gegrepen. Het stadium van degels en Papa Delta Alpha had ze met haar godinnelijk vooruitziende blik overgeslagen: ze was meteen de godin van de Wifi geworden. Door haar 50G deed ze het goed in de social media maar ze miste het gezellige van Joke.

‘Weer een tsunami,’ zei ze abrupt. ‘Honderden kilometers Aziatisch kustgebied overspoeld. Er wordt gevreesd voor het voortbestaan van een paar archipels.’

‘Ach meid, je meent het niet? Maar wat een lekker weer, hè, zo vroeg in het jaar. Mijn globuletjes fleuren helemaal op.’ Joke keuvelde verder.

‘Enorme commotie op Twitter, natuurlijk,’ zei Ingrid toen er even een opening viel. ‘Whatsapp en Messenger gevloerd. Honderden vluchten die moeten worden omgeleid, en dan zie je weer eens dat de software van luchtverkeersleidingen zoiets nog lang niet aankan.’

‘Nee toch? Wat akelig. En dat bij Sol, die bloeit zo mooi. En de planeetjes zongen weer zo prachtig vanmorgen.’ Terwijl Joke het zei bekroop haar ineens een ongezellig gevoel. Ze werd er stil van. Toen zei ze: ‘Ik heb Sol net water gegeven en toen knoeide ik. Je denkt toch niet…?’

‘Nee meid, natuurlijk niet,’ zei Ingrid, goedig, want ook godinnen van 50G waarderen gezelligheid.

‘Nou ja, ze zijn zo piepklein daar. Zelfs met mijn leesbril kan ik ze niet zien.’

‘Tsunami’s komen door geologische factoren,’ legde Ingrid geduldig uit. ‘Toestanden in de aardkorst en de aardmantel die het gevolg zijn van miljoenen jaren van fysische processen. En dan is er maar iets heel kleins voor nodig om zo’n ramp op gang te zetten. Denk aan schollentektoniek in subductiezones. Onze gedachten en interesses hebben daar verder niets mee te maken, dat moet je toch weten, lieverd. Godinnelijke activiteit heeft geen enkele wetenschappelijke ba-‘

‘Ingrid, ik moet weg! Kappie de poes!’

Ingrid zuchtte. ‘Ja hoor meid, ga maar gauw.’

En inderdaad, toen Joke in haar hal was zag ze dat de kamerdeur open stond, dat er een gaatje was gekomen in het strak spannende, uitdijende heelal. Kappie de poes zat op de vensterbank met zijn poot tegen Beta Pictoris aan te meppen die nota bene net aan het gravitatiecollapsen was. Hij keek met een ruk op, staarde haar een seconde lang groenogig aan en schoot toen van de vensterbank af, zo onvoorzichtig dat hij tegen de gieter stootte. Die viel met een klap op de grond.

Joke stond aan de grond genageld toen de muur van water over haar heen torende. Het geluid van versplinterend vensterglas was het laatste waar ze zich van bewust was.

Zo verdween de gezelligheid uit de kosmos.

 

 

Naar Cernach Park

Naar Heel ver weg