Het avontuur van de wanordelijke eko-onderneemster

Home

PDF-versie

Aed Slaine was krachtig ontstoft. Op een besneeuwde middag kwam hij overeind van een zanderige vloer in het hart van Cernach Park en schoot een projectiel van zijn slaap weg. Hij was een slanke man met sluik, nog enigszins grijs haar en de verzorgde kleding van iemand die ondanks een weinig indrukwekkende lengte zelfvertrouwen weet uit te stralen.

Het was een goede start in het leven. Over die kogel (of wat het ook was geweest) maakte hij zich niet druk. Kogels verdwijnen in de loop van een schietwapen en wat gebeurd is is gebeurd. Aed Slaine was te rationeel en te systematisch om van zoiets wakker te liggen. Gevolgen leiden onontkoombaar tot oorzaken. Of je nu in voorbestemming gelooft of in vrije wil, we plooien ons allemaal zo goed als mogelijk in de richting van dat schoteltje met mogelijkheden waarin we op onze oude dag, als we impulsief en onwetend zijn geworden, zo graag met onze vingertjes roeren.

Als detective had Aed Slaine een warme belangstelling voor ontstoffingen. Niet voor elke, natuurlijk. De medemens ontstoft aan de lopende band en op tamelijk oninteressante wijze overal om ons heen. Hier breekt een mannenlichaam uit de grond, doorwoekerd met tumoren, om enkele dagen later omringd door familie de vermoeide ogen open te slaan. Daar verschijnt een gebroken vrouwenlichaam, machteloos naar de bumper van een auto gezogen om een leven van comfort te kunnen beginnen. En daar slaakt een vrouw haar eerste levenskreten als ze de vuisten van een man van zich af duwt. Zonder ontstoffing geen leven.

De detective is kieskeurig en houdt zich slechts bezig met ontstoffingen die de opmaat kunnen zijn voor een leven met zorgen. Aed Slaine liet de schakelketting van gevolg naar oorzaak door zijn handen gaan en kwam in actie op het moment dat samenkomende schedelfragmenten geen kroegruzie maar een chronische antisociale persoonlijkheidsstoornis dreigden te worden. Zowel in de kleine als de grootse aspecten van het leven was hij koel en daadkrachtig. Hij was het soort man dat in huiselijke sfeer een zwevende gieter naar een kat op de vensterbank stoot. Hij was het type dat zich in het holst van de nacht uit de schimmige stegen en kroegen van Dubblai waagt, en rustig wegloopt van scenes waar kogels rondvliegen. Zijn handelen werd niet bepaald door koortsachtige nachtmerries en verstijfde angst.

Het was nog vroeg op de dag toen hij, enige tijd na zijn ontstoffing, zijn auto in Knock parkeerde en uitstapte. De buitenlucht was precies zoals beloofd in de muffe beslotenheid van zijn Toyota: kruidig en koel. Aed nam rustig de tijd voor het oversteken van het ontgroeiende industrieterrein, over gebarsten beton dat al donker kleurde. Ook de weerdienst had regen aangekondigd en zo te zien zouden binnen een uur of twee de eerste dunne druppels zich uit het beton gaan losmaken. Alles had die intense kleur die herfstlicht werpt en zijn rode auto stak hel af tegen het groen en grijs.

Marnie Munkham stond hem op te wachten in de deuropening van het kantoortje dat tegen de zijmuur van de hoge loods gedrongen stond. Ze was een stuk ouder dan hij en had lang blond haar dat warrig tussen speldjes naar buiten piekte. Aed constateerde dat ze iemand was die het pas aan het einde van de dag in ordelijkheid zou neerlaten. Een chaotisch en wat hysterisch type. Iemand die je tijd verspilt met het spuien van heftige emoties zonder dat dat iets relevants oplevert.

‘Goedemiddag, meneer Slaine,’ zei ze.

Gezeten in het kantoortje – met een collectie van meubilair dat pas jaren later en ver weg onderdeel zou gaan uitmaken van een smaakvolle inrichting – en na wat wederzijdse inleidende beleefdheden deed ze haar verhaal. Het was duidelijk dat ze het kort wilde houden.

‘Neem de tijd voor alles,’ zei hij op professionele toon.

‘Ik was al doodnerveus,’ begon ze abrupt, en had weer tijd nodig. Aed zat geduldig. De vele koffiebekertjes die overal stonden zaten allemaal al half vol met bruine vloeistof. Marnie Munkham zou de komende uren niet minder chaotisch gaan worden. Logica en structuur hoefde hij van haar niet te verwachten.

‘Vanmiddag, kort na de regen, kwamen er langzaam twee auto’s mijn betonweg op rijden. De ene was een onaanzienlijk bestelbusje, de andere een lange, zwarte auto met verduisterde ruiten. Door het raam zag ik ze afremmen, draaien en stoppen. Uit de zwarte auto stapten vier mannen. Ze deden de achterklep open. Alles ging zo rustig, dat was vooral wat me uitfreakte. Ik probeerde om rustig te ademen terwijl ik zag hoe ze een lange houten kist naar buiten lieten rollen en op een metalen karretje laadden. Toen keken ze voor het eerst naar mij hier achter het raam, een van de mannen tenminste. Die stak zijn hand op, glimlachte naar me, maakte oogcontact. Daarna reden ze de kist naar de loods. Ik moest water lozen’ – hier wees ze naar de kraan in de hoek van het kantoor – ‘dus ik was er niet bij toen de kist werd geopend. Maar uiteindelijk ben ik naar de loods gegaan. Ik was zo beroerd als een hond.

‘Ze waren net bezig. De mannen in het bestelbusje hadden middenin de loods klimsteigers opgesteld. De kist stond op de grond. De mannen stonden ernaast, keken omhoog, wezen en praatten. Wat me opviel was dat ze een elektrakabel van de wand van de loods hadden losgehaald. Die hing nu van het plafond omlaag, heen en weer zwaaiend. En toen kwam het afschuwelijkste. De kist werd opengemaakt. Ze tilden er een mannenlichaam uit. Hij leek ongeveer van mijn leeftijd, met donkerbruin haar en een gezicht dat – ik kon het niet echt aanzien. Ze hesen hem omhoog en hingen hem aan zijn nek op aan de elektrakabel. Daar hing hij te bungelen.’

‘Dat moet ingrijpend voor u zijn geweest.’ zei Aed.

‘Toen stopten ze een sleutel van de loods in zijn zak. Dat freakte me nog het meeste uit.’

‘U bent bang dat u gaat kennismaken met deze man, Nathan Snel,’ stelde hij vast.

‘Dat moet wel, nu hij een sleutel heeft gekregen.’

‘Misschien gaat hij vannacht enkel naar buiten en loopt in neerslachtige en zelfs psychotische toestand weg om nooit meer terug te komen.’

‘Maar wat als ik nog jarenlang aan hem vast zit? Als hij bijvoorbeeld mijn zakenpartner gaat worden? Als hij foute vrienden krijgt?’

De loods en het kantoortje van Eko-Munk stonden in een verlaten landschap van langzaam in civilisatie gebracht natuurterrein. Tijdens zijn rit over het terrein had Aed nog veel vogels gezien, maar ook een perceel waar een paar oude mensen energiek bezig waren met het neerzetten van een bedrijfsgebouw van versplinterd hout en roestig staal. Het was een omgeving waar je langdurige criminaliteit kon verwachten. In de uren, dagen en maanden die nog kwamen kon zich van alles in en rond deze loods afspelen en deze Nathan Snel kon zich tot alles plooien. Werd hij inderdaad haar langdurige zakenpartner, verrot tot op het bot of op ramkoers richting financiële roekeloosheid? Of werd hij enkel een man die in de ochtenduren de loods van de noodzakelijke bacteriën voorzag, weinig contact met haar had en uiteindelijk, na een paar maanden of jaren, stilletjes uit haar personeelsadministratie zou verdwijnen? Of ging Nathan Snel geen enkele rol in haar leven spelen behalve dan dat hij een paar dagen later die sleutel ergens op de grond zou neerleggen? Voor iemand als Marnie Munkham, het type dat levenslang op de rand van het ongestructureerde zou balanceren, was alles mogelijk. Het was logisch dat ze duidelijkheid wilde en Aed Slaine had ingeschakeld.

Ze boog zich naar hem toe. ‘Meneer Slaine, ik ben bezorgd over mijn toekomst. Dat begrijpt u hopelijk.’

Hij stond op. ‘Laten we eens naar de loods gaan.’

De loods was hoog maar voelde door het kleine vloeroppervlak claustrofobisch aan. Er hing een aardse, schimmelachtige geur. Van vloer tot plafond waren de muren bedekt met rechthoekige platen en ook aan het plafond hingen ze als lamellen omlaag, beschenen door dunne gloeileidingen. Er groeiden ontelbare mosachtige plantjes op, donkergroen met kleine blaadjes, en het lichaam van Nathan Snel hing er als een buitenaards wezen tussen. Het draaide traag rondjes aan een elektrakabel. Aed gebruikte een simpele ladder om ernaartoe te klimmen. Hij was pezig, hoewel niet erg sterk in de armen. Er was niets in zijn leven tot dan toe waaruit de noodzaak van sportschoolbezoeken bleek. Als je daar geen tijd in hoeft te investeren om slap en zwaarlijvig te worden dan zijn er nuttiger dingen in het leven te doen.

Eenmaal boven naast het bungelende lichaam ging hij systematisch te werk. De bloeduitstortingen rond de nek waren zonder twijfel een voorbode van ontstikking. Er waren geen tekenen van littekens op de handen die erop wezen dat van deze man een worsteling verwacht kon worden. Op de polsen waren wel beurse plekken te zien, maar wanneer in de toekomst iemand ze hardhandig zou laten verdwijnen was niet precies vast te stellen. Nathan Snel was wel met gescheurde vingernagels uitgerust, uitermate geschikt voor een gedrevenheid om zich uit penibele situaties te bevrijden. En hij was al behoorlijk onttakeld; misschien zou hij straks nog een jaar of dertig te leven hebben tot zijn moederopname. Aed schoof het shirt wat opzij om de bovenarmen te zien. Veel spiermassa was daar niet te zien, maar Snel zou zich beslist met de kracht van een oudere man willen bevrijden als hij de kans kreeg. Aeds blik werd intuïtiever en tegen de tijd dat hij weer naar beneden klom was hij vooral doordrongen van de geur van Nathan Snel, van het gruwelijk vertrokken gezicht, de kunststof oogprothese rechts die onaangedaan in de oogkas hing, de blauwe huid waarin geknapte adertjes als stille rode regenwormen onder de oppervlakte lagen.

Marnie drentelde om hem heen terwijl hij de houten trap opging die aan de westkant van de loods omhoog zigzagde. De derde entresol, ongeveer acht meter boven de begane grond, onderwierp hij aan een uitgebreid onderzoek. Ten behoeve van zijn opdrachtgeefster en zijn imago als detective dacht hij hardop.

‘Uw trapleuning is hier gebutst en wat scheef, al is het hout sterk genoeg om met flinke inspanning recht te komen. Het is zeker denkbaar dat Snel vannacht met behulp van de elektrakabel naar deze trap zal weten te zwaaien, door zijn vaart het leuningwerk recht zet, zich uit de kabel losmaakt en, naarmate hij helderder in het hoofd wordt, zijn evenwicht hervindt. Het zuurstofgehalte in deze loods is hoger dan buiten, ongetwijfeld vanwege de plantengroei. Dat kan hem zwaarder in het hoofd maken.’

‘Ik begrijp niet helemaal wat u bedoelt.’

‘Als we ervan uitgaan dat hij aan de kabel zal ontstoffen dan gebeurt dit alles hier op de derde entresol,’ ging Aed onverstoorbaar verder. ‘We weten dat hij een oog mist en een kunstoog bezit dat enkel een cosmetische functie heeft. Hier zal een man van de lengte van Nathan Snel ineens recht in deze felle slimme-meterlampjes kijken.’

‘Maar dat is toch onzi-’

‘De voorschijn verdwijnt dan van zijn netvlies. Hij zal weer goed voor zich uit kunnen kijken in het donker. Waarmee we dan ook weten hoe laat dit alles zou gebeuren: als het donker is en er door de ramen bovenin geen schemerlicht meer naar binnen valt.’ Hij stak zijn hand op. ‘Juffrouw Munkham, ik schets slechts een scenario: dat van een toevallige ontstoffing. Laat u mij alstublieft verder gaan. Ik zie ook gescheurde vingernagels. Die voorkomen zeker geen chronische neerslachtigheid. Ook depressieve mensen kunnen strijdlust hebben.’

‘Maar wat bedoelt u met scenario?’

Aed onderdrukte een geërgerd geluid. ‘En dan is er natuurlijk een ander scenario. Daarin zwaait Snels levenloze lichaam naar de trap, waar hij wordt opgevangen door een persoon. Die persoon maakt het lichaam los uit de kabel, bevestigt de kabel zodanig aan de muur dat elk spoor van het gebeuren gewist is, en gaat met het lichaam naar buiten.’

‘Meneer Slaine,’ zei ze heftig, ‘ik moet gewoon weten wat ik van deze man kan verwachten!’

Hij liep de trap af. Beneden overviel de klamheid van de loods hem. Het was geen groeiende geur zoals buiten, maar een drukkende, benauwde beleving van schimmel en warm afsterven.

‘Wat denkt u ervan?’

Wat zij dacht wist hij wel. Zoals de meeste mensen was ze iemand die te midden van de uitwaaierende mogelijkheden vooral naar eigenbelang zocht. Het verleden roept sensatie op, de toekomst calculatie. Marnie Munkham kende het hoe en het waarvandaan van de moord maar had nooit kunnen raden dat ze er zelf ooit iets mee te maken ging krijgen. Want zo gaat het altijd. We worden ons steeds sterker en onaangenamer bewust van het bestaan van een persoon die opgesloten is, of zelfs ontstoft is in een elektrische stoel. Er is een rechtszaak waarin die periode te midden van veel publieke belangstelling wordt afgerond. De emoties bedaren en na een periode van relatieve rust weet de persoon zich uit handen van de politie los te rukken om te verdwijnen. Inzichten over zijn identiteit worden vager en vager, tot ze er op een gegeven moment helemaal niet meer zijn. Er is een periode van schijnrust. En dan wordt iemand, bijvoorbeeld de eigenares van een eko-onderneming op een aftands industrieterrein, ineens geconfronteerd met een nog niet ontstoft lichaam. Via de tochtkieren van de tijd blijkt de zaak haar leven binnen te zijn geglipt.

Maar dat wilde niet zeggen dat het slachtoffer geen kant meer op kon. Als Nathan Snel vannacht naar de plek werd gebracht waar hij met vingers om zijn nek zou ontstoffen dan lag er nog een heel leven voor hem.

‘Uitgerekend in míjn loods,’ zei ze gefrustreerd.

Net als dat er voor Marnie Munkham nog een heel leven lag. ‘Begrijpt u het dan niet?’ zei Aed. ‘Uit alle sporen blikt dat uw loods buitengewoon geschikt is als opmaat tot een gewelddadige ontstoffing.

‘Ik begrijp niet wat u bedoelt.’

Hij gebaarde om zich heen. ‘Afgelegen en met nuttige faciliteiten zoals de elektrakabels en de zuurstofrijke lucht. Dat is toch allemaal evident? Vanuit het standpunt van een intelligente dader gezien is de ophanging van het lichaam door de mannen in de zwarte auto en de aanwezigheid van verschillende scenario’s ronduit een uitnodiging.’

Ze leek toch wel onder de indruk.

‘Er zijn altijd meer scenario’s denkbaar en het is aan u om ervoor te zorgen dat de juiste zich afwikkelt,’ zei hij. ‘Allereerst moet u zich vandaag rationeel en emotioneel voorbereiden op de ontstoffing vannacht. Het is begrijpelijk dat u heftige spanning voelt, maar zodra het is gebeurd is rust het devies. Ik meen het, juffrouw Munkham. Als u de loods vanavond laat uit loopt moet het echt over zijn. Vergeet het allemaal. Geen gestres en gepieker, geen slechte nacht met zorgen.’

‘Goed.’

‘In de periode daarna moet u de kans op langdurig contact met Snel zo klein mogelijk houden. Zet eenduidige feiten om in talrijke mogelijkheden, en doe dat actief.’ Dat was natuurlijk de essentie van het leven maar bij chaoten als Marnie Munkham kon je dat niet vaak genoeg benadrukken. ‘Houd het zuurstofgehalte in de loods hoog en verplaats de elektrakabels niet. Blijf van de slimme lampjes af. Zorg dat het voor de dader zo evident mogelijk blijft dat hier heel goed een toevallige ontstoffing zou hebben kunnen plaatsvinden. Als u Snel de komende periode ontmoet, neem dan direct de sleutel van hem af. Probeer daarna een gesprek met hem te voeren over bijvoorbeeld professionele mogelijkheden die hij kan bieden voor uw onderneming. Houd het kort en zakelijk. Hoe meer verraste belangstelling u toont, des te eerder zal hij geneigd zijn om zich voortvarend uit uw leven te verwijderen. Laat hem dus niet weggaan met die sleutel, anders komt u nooit van hem af.’

Enkele weken later reed hij opnieuw het ontgroeiende industrieterrein op. Het hoge gras had nog een vlakke groene kleur, maar de eerste lichtere sprieten en doffe bloemen lieten zich al zien. Aed genoot er kort van en ging toen het kantoortje binnen waar Marnie hem opwachtte.

Ze draaide er niet omheen. ‘Nathan Snel heeft zich niet in de loods laten zien, meneer Slaine. Ik heb verder ook niets van hem vernomen.’

‘En de sleutel?’

‘Die heeft hij dus nog,’ zei ze, betrekkend. ‘Dat maakt me wel bezorgd. Tenzij hij hem gewoon ergens op de grond legt. Dat moet hij dan nog doen, want ik heb er tot dusver nog geen in mijn zak gevonden. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik zoiets ook niet altijd merk.’

De chronische wanordelijkheid waarin sommige mensen hun hele leven bleven doorbrengen. ‘Blijft u wel alert,’ zei Aed neutraal. ‘Er zijn signalen dat Snel zich inmiddels bezighoudt met grafische vormverwijdering. Ik voorzie dat u hem gaat vragen uw naamsbekendheid en economische relevantie af te wikkelen tot nul.’

‘Waarom denkt u dat ik uitgerekend hém zal vragen?’ vroeg ze meteen.

‘U bent ongeveer van dezelfde leeftijd. Snel blijkt ten tijde van zijn ontstoffing periodiek vaktijdschriften over de eko-industrie naar verschillende uitgeverijen te hebben gestuurd. Het type vezel dat u kweekt speelt geen enkele rol van belang, noch in economisch noch in wetenschappelijk opzicht. De plantjes zijn volslagen nutteloos. U zult deze onderneming toch zo snel mogelijk willen afbouwen? Uw familie geld geven en de zakelijke houding die u nu hebt achter u laten zodat u zich kunt plooien richting warmbloedige gedrevenheid en wilde passie? Als Snel een beetje professioneel is dan zal hij de komende tijd proberen een opdracht van u te krijgen.’

Hij stond op en ze liep deze keer helemaal mee tot zijn auto.

Ze leek zijn irritatie te voelen. ‘Sorry,’ zei ze.

Misschien brak er ooit nog eens een tijd aan dat je cliënten op je eigen kantoor ontving voor zo’n afrondend gesprek, dacht Aed. Dan zat je als een koning in een lederen fauteuil briljant en cynisch rookkringen naar binnen te zuigen.

Hij stak zijn hand naar haar uit.

‘Je spreekt het uit als Slàhnje,’ zei hij. ‘Aaith Slàhnje.’

‘Ed Slaine,’ stelde ze vast, en liet zijn hand los.

 

 

Naar Cernach Park

Home