Civilization not welcome

PDF

De nachtlucht kleurde de plassen op het asfalt oranje. Oranje waren ook de druppels op het zijruit, en de dashboardlampjes. Oranje. Nee: rood. Jock E. remde voor het stoplicht en legde zijn hand op het koffertje om te voorkomen dat het op de passagiersstoel naar voren gleed. Het plastic bromde mee met de automotor. ‘Who’ll save you in this place?’ Hij neuriede mee en drukte de autoradio uit. Straks moest hij niet vergeten die eruit te halen, bedacht hij. Het was een vrij nieuwe die hij nog wel ergens kon slijten.

Bij industrieterrein Cnucha sloeg hij af. Op het scheefgezakte toegangsbord stond CIVILIZATION NOT WELCOME gekalkt, de onderste twee woorden nauwelijks leesbaar. Dat hoefde je de beschaving niet te vertellen. Aan weerszijden van de weg schoten gras en onkruid heuphoog op. De meeste gebouwen hadden geen ramen meer, waren soms nog enkel skeletten van metaal en beton. Een enkel gebouw was nog in gebruik, zoals de hoge donkere loods waar overal paniekerige bordjes met CAMERABEWAKING! hingen. Jock reed een zijweg in, tot aan de rand van het terrein waar een stille auto geparkeerd stond. Daar stopte hij. De motor liet hij stationair draaien. Toen hij het koffertje van de stoel pakte voelde hij dat de laptop nog steeds schoof, al had hij er een vuilniszak in gestopt.

Buiten schoof hij zijn hoodie af en snoof even de frisse nachtlucht op. Op het ruisen van de rivier en de stadsgeluiden in de verte na was het doodstil. Toen hij het koffertje in de andere auto had gezet – voorzichtig want aan hem zou het niet liggen als de laptop naar de kadukidijnen bleek te zijn – liep hij terug naar de auto waarin hij was gekomen en liet hem de Lif in rijden. De auto, met het lichaam in de kofferbak, werd borrelend en zinkend meegenomen door de stroming.

Hij reed terug naar de Almastraatweg. Toen hij daar vaart maakte bedacht hij ineens dat hij toch vergeten was de autoradio eruit te halen. Stomme lul. Toen hij remde voor een stoplicht legde hij zijn hand op het koffertje op de passagiersstoel naast hem. ‘Who’ll save you in this place?’ Hij neuriede nog even mee, schakelde de radio uit en bedacht dat hij niet moest vergeten hem eruit te halen. Het was een vrij nieuwe die nog wel wat kon opleveren.

Bij industrieterrein Cnucha sloeg hij af. Op het scheefgezakte toegangsbord stond CIVILIZATION NOT WELCOME gekalkt, de onderste twee woorden nauwelijks leesbaar. Tsja, dat hoefde je de beschaving niet te vertellen. Aan weerszijden van de weg schoten gras en onkruid tussen de spaarzame lantaarnpalen heuphoog op. De meeste gebouwen hadden geen ramen meer of waren nog enkel skeletten van metaal en beton. Een enkel gebouw was nog in gebruik, zoals de hoge donkere loods waar overal paniekerige bordjes met CAMERABEWAKING! hingen. Jock reed een zijweg in, tot aan de rand van het terrein waar een donkere, geparkeerde auto stond. Daar stopte hij. De motor liet hij stationair draaien. Hij had een vuilniszak in in het koffertje gestopt, maar toen hij hem optilde voelde hij dat de laptop nog steeds heen en weer schoof. Buiten deed hij zijn hoodie af en snoof de frisse nachtlucht op. Op het ruisen van de rivier en de stadsgeluiden in de verte na was het doodstil. Toen hij het koffertje voorzichtig in de andere auto had gezet – aan hem zou het niet liggen als de laptop naar de kadukidijnen bleek te zijn – liep hij terug. Even later plonsde de auto waarin hij was gekomen de Lif in, waar hij borrelend en ronddraaiend meegenomen werd door de stroming, met het lichaam in de kofferbak.

Jock stapte over in de gereedstaande auto en reed terug naar de Almastraatweg. Pas toen hij daar vaart maakte bedacht hij dat hij toch vergeten was de autoradio uit de andere auto te halen. Stomme lul die hij was. Hij remde voor een stoplicht en legde zijn hand op het koffertje op de passagiersstoel. ‘Who’ll save you in this place?’ Hij neuriede mee, schakelde de autoradio uit met de mentale aantekening dat hij het ding eruit moest halen en reed door tot industrieterrein Cnucha, waar hij afsloeg. Op het scheefgezakte toegangsbord stond CIVILIZATION NOT WELCOME gekalkt, de onderste twee woorden nauwelijks leesbaar.

‘Goedenavond, hooggeĂ«erde beschaving,’ zei hij hardop. ‘Sorry, maar mensen als ik trekken zich niet zoveel aan van verboden.’

Geconcentreerd reed hij verder, langs hoog gras en spaarzame lantaarnpalen, langs vervallen gebouwen zonder ramen, over een wagenspoor in de modder en langs een donkere loods waarop overal paniekerige bordjes met CAMERABEWAKING! hingen. Hij reed een zijweg in tot hij aan de rand van het terrein was gekomen. Daar stond een stille, geparkeerde auto. Hij stopte. De motor liet hij stationair draaien. Hij pakte het koffertje van de stoel. Hoewel hij er een vuilniszak in had gepropt, voelde hij de laptop heen en weer schuiven. Buiten deed hij zijn hoodie af en snoof even de frisse nachtlucht op. Op het ruisen van de rivier en de stadsgeluiden in de verte na was het doodstil. Met het kleine zwarte koffertje liep hij naar de andere auto en legde het voorzichtig op de passagiersstoel neer. Aan hem zou het niet liggen als de laptop naar de kadukidijnen bleek te zijn.

Er kraste iets op het beton achter hem en hij kwam met een schok uit zijn gebukte houding overeind. Even zag hij een schijnbaar huizenhoge zwarte schim, daarna kwam er iets hards op zijn hoofd neer dat knalde als een explosie en zijn tanden deed rammelen. Hij liet zich meevoeren met de zwarte schimmigheid, tot hij vingers om zijn nek voelde. Toen vocht hij terug met elke gram dierlijke vechtlust in hem, maar met zijn adem verdween zijn bewustzijn, tot ook dat kleine oranje lampje doofde en alles donker werd.

Een half uur later was het terrein weer verlaten. De oranje nachtlucht bescheen de rivier, waarin een borrelende auto wegdobberde, en een nieuw wagenspoor op de modderige weg.

 

Naar Cernach Park

Home