Positiepapier (1)

Abstracte afbeelding met trappen, pilaren en een gevoel van diepte.

Hoe verhoudt speculatieve fictie zich tot literair proza of poëzie daar waar het gaat om ‘relevantie’? Kan het even complex zijn en evenzeer uitnodigen tot nadenken over mens, samenleving en wereld? In dit ‘positiepapier’ wil ik laten zien dat het antwoord op de tweede vraag ‘ja’ is. Speculatieve fictie wordt vaak gezien als iets wat niet voldoet aan de criteria van literair proza en dus ook geen relevantie kan hebben. Ik wil onszelf positioneren vanuit de invalshoek die wij zélf hebben als lezers en schrijvers van speculatieve fictie, vanuit wat ons beweegt om het te verkiezen boven literair proza of poëzie. Anders gezegd: ik wil wat meer zelfrespect in de tent. Alleen zo kunnen we onze positie binnen het letterenlandschap verstevigen.

Lees hier verder.

Jack Schlimazlnik (artikelen over)

In de periode 2021-22 heb ik verschillende artikelen gepubliceerd over Jack Schlimazlnik (1970-2020), schrijver van Nederlandstalige speculatieve fictie wiens oeuvre ik zeer intrigerend vind. Het gaat om de volgende artikelen:

Schrijven als een schot in het duister. Op zoek naar Jack Schlimazlnik
Een zoektocht naar de diepere lagen in het oeuvre en wat Schlimazlnik met de ca. 70 kortverhalen en die ene roman te zeggen had. Lees hier het artikel.

Het woud dat runen ritst. Over Jack Schlimazlniks ‘Het lied van de pijn’
Dit artikel zoomt in op ‘Het lied van de pijn’ (2016), een verhaal dat laat zien hoe diep mensen beschadigd kunnen worden door vooroordelen. Ook aan bod komen ‘De knipoog van de meermin’ en ‘Tijd en ruimte’ (beide 2015). Lees hier het artikel.

Samenkomen in de dans. Wortels, tradities en vernieuwingen in de verhalen van Jack Schlimazlnik
In dit artikel, gepubliceerd op Fantasize, illustreer ik deze thema’s aan de hand van verschillende kortverhalen, in het bijzonder ‘Dansend door de nacht’ (2018). Lees hier het artikel.

‘Denk ik.’ Jack Schlimazlnik over beeldvorming en realiteit
Als we ons beeld van de realiteit niet meer baseren op feiten maar op emoties en aannames, verliezen we als samenleving en als mens onnoemlijk veel. In dit artikel laat ik zien hoe dit thema is uitwerkt in ‘Algorhythm ‘n’ blues’ (kortverhaal), ‘Beeldcultuur’ (gedicht) en Mi Sueño (roman). Lees hier het artikel.

Losgeslagen, ongebonden, onvoorwaardelijk. De verbeeldingsliteratuur van Jack Schlimazlnik
Dit uitgebreide artikel uit mei 2021, gepubliceerd op Fantasize, beschouw ik inmiddels een beetje als een jeugdzonde. Aan de hand van verhalen, blogs en recensies van Schlimazlniks hand ga ik in op de ‘bovenkant’ van de verhalen en het proza, en op de carrière van de schrijver. Verschillende uitspraken en aannames in dit artikel zijn achterhaald. Je kunt het artikel hier lezen.

De afbeelding bij dit bericht is een vrije bewerking van The real thing (© Schlimazlnik 2003)

Hoe klinkt een vroegtwintigste-eeuwse genredichter?

Zo zou je Hendrik de Vries (1896-1989) in elk geval op basis van zijn literaire levensloop kunnen noemen. Als kind las hij Jules Verne en ook Edgar Allen Poe, van wie hij later nog gedichten zou vertalen. De prehistorie boeide hem zeer, getuige de vele tekeningen van dinosaurussen en diepzeemonsters die hij maakte op de achterkanten van schoolopstellen. Zijn eerste bundel, Het gat in Mars en het Milagrat (1917), over een ruimtestrijd, bracht hij in eigen beheer uit. Bundels twee en drie (De nacht in 1920 en Vlamrood in 1922) kon hij via een uitgeverij naar buiten brengen, al droeg hij zelf financieel bij. Zo moest hij van Vlamrood de eerste 65 exemplaren zelf kopen, voor de somma van één gulden per stuk, wat omgerekend in die tijd neerkwam op zo’n twee maanden huur voor een sociale huurwoning. Intussen wist hij wel gedichten gepubliceerd te krijgen in tijdschriften en bloemlezingen.

Kortom: herkenbare ontwikkelingen voor de aan weg timmerende, in de regel wat nerderige genreschrijver. Later in zijn leven ging De Vries trouwens goed boeren. Rond zijn vijftigste… (lees hier verder)

Kobalt en mosterd

Hoe kun je een tekstverhaal visueel ondersteunen zonder dat het meteen een film of animatie wordt? Die vraag stelde ik me in de zomer van 2020. Het resultaat is ‘Kobalt en mosterd’, waarin een skateboarder tijdens een onweersstorm een vreemd avontuur beleeft. Hier kun je luisteren naar het verhaal en kijken naar de beelden.

Kort verhaal: ‘Het blinde oog’

Dit verhaal gaat over augmented reality (AR) en de vraag wie bepaalt wat we zien en wensen te zien.

 

We staan in een landschap van omgewoelde grond en verkoolde boomstronken. Het is vroeg in de morgen en er kwetteren vogels. De gevechtshandelingen waarbij in de eerste paar minuten tweehonderd soldaten zullen omkomen moeten nog beginnen. Van achter zandzakken een paar meter verderop horen we gepraat en het herhaalde geklik van een bijna lege sigarettenaansteker, en soms gelach. We horen geluiden van graven en timmeren. Gebrom van vrachtauto’s.

? We horen een stem. ‘Dus het is schadelijk voor jonge mensen?’

Een tweede stem zegt: ‘Juist kwetsbare jongeren zien het verschil niet tussen (…)

Lees hier verder (3.700 woorden)

Ultrakorte beeldverhalen

Kleine, niet heel schokkende avonturen in fantastische werelden waren dit. In de vroege zomer van 2020 heb ik er een handjevol gemaakt. Steeds postte ik de eerste (met tekst) op de donderdag op Facebook en Instagram. Op zondagavond, aan de vooravond van de werkweek, kon je dan via Facebook en Instagram Stories (maximaal 24 uur zichtbaar) het tweede beeld zien. Hier vind je er vier.

Kort verhaal: ‘Mist vraagt niet om je wachtwoord’

In dit verhaal neemt de pragmatische ‘datective’ Aed Slaine een klus aan die riskanter is dan hij had gedacht. Het brengt hem naar uitvaartcentra en metrostations waar de Keltische onderwereld dichterbij blijkt te zijn dan hij dacht.

 

De schoonmaakkast in uitvaartcentrum De Brug was schemerig en de enige zitplaats was een plastic zak met vuile handdoeken. Toen Aed Slaine erop ging zitten zakte hij zo ver omlaag dat zijn knieën naast hem omhoog staken. Hij startte zijn apparatuur op, wachtte tot de software liep en verlangde naar een cappuccino. Op de gang passeerde af en toe een rinkelend karretje en vanuit het zaaltje galmde Frans Bauers ‘Trein naar Niemandsland’. Het had iets vredigs. Terwijl zijn laptop data opsloeg van alle smartphones die op dat moment gebruikmaakten van de openbare Wifi van het uitvaartcentrum, overdacht hij het gesprek dat hij enkele dagen eerder met Morris Charver had gehad.

‘Rugen grijpt nu (…)

Lees hier verder (5.300 woorden)

Kort verhaal: ‘Schubdig of niet schubdig’

Toon was in zijn vijfde incarnatie – die van een zalm – toen hij als getuige werd opgeroepen in een rechtszaak. Onder begeleiding van de parketwacht werd hij in een aquarium van gepantserd glas naar de rechtbank gereden. Het was verontrustend maar ook wel opwindend. Toon floot intieme, nerveuze belletjes en neusde tegen het glas terwijl hij de trappen werd opgedragen, de troebele rechtbank in.

Er groeide veel, in trage, grijze wapperingen. Toon zong en mijmerde vele dagen, nachten en onweersstormen lang, tot er een bleek gezicht achter het glas verscheen. De bek opende en sloot weer en het gezicht verdween. Toon wachtte (…)

Lees hier verder (1.500 woorden)