Het blinde oog

Mens tegen mens

28 september 2018

πŸ‘ We staan in een landschap van omgewoelde grond en verkoolde boomstronken. Het is vroeg in de morgen en er kwetteren vogels. De gevechtshandelingen waarbij in de eerste paar minuten tweehonderd soldaten zullen omkomen moeten nog beginnen.

PDF-versie

πŸ‘‚ Van achter zandzakken een paar meter verderop horen we gepraat en het herhaalde geklik van een bijna lege sigarettenaansteker, en soms gelach. We horen geluiden van graven en timmeren. Gebrom van vrachtauto’s.

We horen een stem. ‘Dus het is schadelijk voor jonge mensen?’

Een tweede stem zegt: ‘Juist kwetsbare jongeren zien het verschil niet tussen heden en verleden, tussen echt en nep. Als een verward joch een geweldsdaad pleegt dan krijgt dat alle aandacht, maar de angst en neerslachtigheid die deze beelden kunnen oproepen ziet de buitenwereld niet.’

πŸ‘ We zien de eerste spreker: het bekende gezicht van vlogger Dylan Vergaal. Vanaf zijn headset steekt een spriet met een selfie-camera naar ons toe. Zoals we van hem gewend zijn draagt hij geen herkenbare merkkleding. Over zijn schouder hangt een versleten linnen rugzakje. Wat erin zit weet niemand, al is daar al veel over gespeculeerd.

Als het beeld overschakelt naar de omgevingsmodus zien we dat de tweede stem bij een jongeman met een nette donkere baard hoort. Het kledingmerk op zijn shirt moet nog vervaagd worden.

πŸ‘‚ We horen Dylans stem. ‘Manu, jij bent jongerenwerker. Vind jij dat de leeftijdsgrens voor deze augmented reality omhoog zou moeten? Nu wordt iedereen van 18 jaar of ouder die op dit terrein komt geconfronteerd met deze verschrikkelijke oorlogstaferelen.’

We horen de stem van de jongerenwerker, heel beslist. ‘Leeftijdsgrenzen zijn volkomen subjectief. Deze AR moet alleen beleefbaar zijn voor wie daar bewust voor kiest.’

πŸ‘ Achter Manu zien we nog steeds het landschap, bijna mooi in het ochtendlicht.

πŸ‘‚ We horen Dylan Manu bedanken. Voetstappen als Manu wegloopt. Het gepraat van de AR-soldaten in de loopgraaf.

πŸ‘ Dan komen we in beweging. Met Dylan lopen we mee over een vlonderpad dat gemarkeerd is met rode pijltjes. Onze blik glijdt over een maanlandschap van kuilen, over een wirwar van prikkeldraad in de verte en weer terug, naar de dikke, bijna gebeeldhouwde sporen van tanks naast het vlonderpad. We schrikken als we in een granaattrechter ineens een dood paard zien liggen. Er zwermen vliegen omheen. De lucht boven ons heeft iets dreigends.

πŸ‘‚ We horen Dylans karakteristieke, ongepolijste stem. ‘Ik ben geen jongerenwerker maar ook ik heb hier vragen bij. En ik stel ze. Al zijn ze daar op het stadhuis niet blij mee, getuige de reacties op mijn vlog van eerder deze week.

πŸ‘ Hij schakelt de selfie-spriet weer aan zodat we zijn gezicht zien. Dylan Vergaal is achter in de twintig, met slordig lichtbruin haar, bruine ogen en zachte, wat bolle wangen. Hij kijkt eerst vastbesloten, dan nadenkend. Zijn blik dwaalt weg over de kuilen en de bulten.

πŸ‘‚ ‘En soms weet ik het ook niet goed. Straks, als de vijandelijke aanval en onze tegenaanval achter de rug zijn, lopen we hier tussen aan stukken gereten lichamen, zien we stervende soldaten in het prikkeldraad hangen, of hun longen uithoestend door het mosterdgas. Moeten we inderdaad voorkomen dat zeer gewelddadige oorlogsbeelden van ruim een eeuw geleden aan iedereen worden opgedrongen? Of moeten we het als vrijheid zien, dat onaantastbare goed in elke beschaafde samenleving? Je hΓ³eft hier tenslotte niet te komen.’

πŸ‘ Het beeld schakelt weer terug naar de omgevingsmodus. We lopen nu evenwijdig aan de loopgraaf, vrij dicht langs de zandzakken. Twee soldaten kijken naar ons omhoog en steken groetend een hand op. Koffie kringelt uit tinnen mokken omhoog.

πŸ‘‚ We horen Dylans stem. ‘Vogels zien hier alleen een groot braakliggend veld. Zij horen niet het motorgebrom, de stemmen, de eindeloos gravende schoppen. Zij ruiken niet de benzine van de vrachtwagens, de vlagen zweetlucht, de etensgeuren. Straks merken zij ook niets van het oorlogsgeweld want dit slagveld is er helemaal niet. Het wordt door de software van Scandoss in onze hersens opgeroepen.’

πŸ‘ Even zien we Dylans gezicht. Meteen zoomen we in op zijn rechteroog. Eerst zien we nog het bruin van een iris en het zwart van een pupil, dan zijn er enkel nog kunststof vezels. Steeds verder duiken we naar binnen, tot we ons wanen in een onafzienbaar landschap van snelwegen en klaverbladen, met glinsterende chips als miljoenensteden langs de randen.

πŸ‘‚ ‘Iedereen heeft tegenwoordig AR-implantaten. We vinden het normaal en erg handig dat we geen contactlenzen en zonnebrillen meer hoeven te dragen, dat we ook in het donker kunnen zien waar we lopen, dat geluiden ons waarschuwen voor ongewone of onveilige situaties. Maar het betekent wel dat we deze illusie van dood, verminking en wanhoop niet kunnen uitzetten. Precies zoals het stadsbestuur wilde. De Eeuwige Metropool. Of zoals de wethouder zei: ‘Een winkelcentrum kun je ook niet uitzetten als je het niet mooi vindt.’

πŸ‘ Omgevingsmodus. De wind beweegt verkoolde takjes. Zonlicht speelt met zandkorrels.

πŸ‘‚ Dan galmen er zware dreunen over het terrein en klinkt een schor gejank. Op hetzelfde moment ontploft de wereld.

πŸ‘ We zijn al in elkaar gedoken toen de eerste aardefonteinen vlakbij opspatten. Van onder Dylans armen vandaan zien we wat er gebeurt. Een vuurkolom schiet omhoog als er een brisantgranaat in de loopgraaf landt en ontbrandt. Twee menselijke gestalten komen brandend als fakkels over de rand en rennen onze richting uit.

πŸ‘‚ Er is een trommelvliesscheurende klap die alle andere geluiden overstemt. Dan het geluid als van een heftige plensbui en het vreemde, donzige zachter worden van het gejank en geknal.

πŸ‘ Tegelijkertijd heeft de dreigende lucht boven ons zich met aarde gevuld. Het stort op ons neer en bedelft ons, tot er alleen nog maar zand is. De zwartheid is verstikkend als een nachtmerrie.

πŸ‘‚ Het donzige gebulder van inslaande granaten blijft doorgaan. Heel even horen we Dylan gieren als zijn longen geen lucht maar zand inademen. Dan verdrinkt hij weer in de herrie.

πŸ‘ Alles kolkt, met helle, pulserend rode paniek en verstikkend, zanderig zwart.

πŸ‘‚ Dan horen we Dylans stem, ternauwernood verstaanbaar. Hij krijst. β€˜Die kut-AR! Die vieze, gore, hersenvergiftiging, die smerige poten van die rotzakken van Scandoss!’

πŸ‘ Het beeld klaart iets op, al spoelt het rood van Dylans stressmeter er nog steeds in dikke bloedrode golven doorheen. Het pulseren van zijn hartslagmeter – een ritmische, bonkende golving – is nog steeds misselijkmakend. Maar we herkennen in het stof de contouren van Dylan die zich overeind klauwt maar meteen weer dubbelklapt van het hoesten. Weer staat. Moeizaam weg klautert.

πŸ‘‚ Het janken, sissen en dreunen overstemmen zijn gehijg en gehoest.

πŸ‘ In het onherkenbaar geworden landschap strompelen we verder. Het vlonderpad met de pijltjes is nergens meer te zien. Door het stof en het schokken van de camera kunnen we niet ver kijken. We passeren grijze, geestachtige ruΓ―nes van mitrailleurnesten en bunkers. Uit de geschutskoepel van een uiteengereten tank hangt een bovenlichaam, bungelend aan een flard uniform.

πŸ‘‚ Het gebulder en gejank wordt zachter als we ons van de gevechtshandelingen verwijderen.

πŸ‘ We schakelen over naar de selfie-modus. Dylans gezicht druipt van het zweet en zijn pupillen zijn nog groot van de schrik. Maar er is geen spoortje aarde in zijn haar te zien en de spriet steekt onverbogen naar voren.

πŸ‘‚ ‘Ik kan je niet de angst laten beleven,’ zegt hij hees. β€˜Het gevoel van zand in je longen, van je lichaam dat om adem schreeuwt, de paniek. De programmeurs hebben goed werk geleverd, dat moet ik ze nageven. Ik had je niet het verschil kunnen vertellen met echt stikken. En hier sta ik nu, met schone longen maar met hersenen die me nog steeds vertellen dat ik zand heb ingeademd. Hersenen die dat verteld krijgen door de software van Scandoss waar -‘

πŸ‘ Ineens zien we zijn gezicht verstijven. We klikken terug naar de omgevingsmodus. Even dwalen onze ogen niet-begrijpend over de grauwe contouren, over een kapotgeschoten hutje, een bunker en iets wat een half begraven tank lijkt te zijn. Dan zien we het. Bij de ingang van de bunker staat een man naar ons te kijken. Hij draagt moderne kleding.

πŸ‘‚ ‘Mijn zenuwen zijn nog niet helemaal gekalmeerd, geloof ik,’ horen we Dylan zeggen, een beetje hysterisch. Hij verheft zijn stem. ‘Goedemorgen!’

πŸ‘ De persoon beweegt zich niet. De lucht wordt weer donkerder en paarser als Dylans stressniveau stijgt.

πŸ‘‚ Spervuur barst los en het begint opnieuw te donderen. Dylan moet schreeuwen om erboven uit te komen. ‘Hallo! Is er iets? Kan ik je helpen?’

πŸ‘ De gestalte staat roerloos. Zijn mond is enkel een donkerder vlek.

πŸ‘‚ ‘Blijkbaar een andere bezoeker en hij ziet er niet uit alsof hij dit allemaal prettig vindt,’ horen we Dylan zeggen. ‘Ik ga hem eens vragen wat -‘

Er klinkt een spookachtige gong. Dichterbij horen we geschreeuw: ‘Gas! Gas!’

πŸ‘ Het beeld schokt even maar stabiliseert weer. Het gezicht van de ander is vreemd vlak, kleurloos. Net als we bedenken dat hij toch bij de AR zou kunnen horen, glimt er licht op een implantaatoog. De gestalte stapt uit de sleuf en komt naar ons toe. Het is een vrij tengere man en hij beweegt zich weloverwogen, met de steeds donkerder en roder wordende pulserende lucht boven hem.

πŸ‘‚ ‘Dit is geen gewone bezoeker, mensen.’ De rauwheid in Dylans stem is nog steeds goed te horen. β€˜Ik moet zeggen dat ik dit een beetje eng vind. Als dit zo’n verwarde jongere is waar we Manu net over hoorden vertellen dan ben ik liever niet alleen met hem.’

πŸ‘ We draaien ons om en lopen snel weg. Het beeld schokt misselijkmakend omdat Dylans ogen zijn hersens vertellen dat hij door een verwoest, grauw landschap met kuilen en versplinterde bomen loopt, terwijl het terrein in het echt een egaal grasveld is.

πŸ‘‚ ‘Het is alsof je blind bent, alsof ze een zak over je hoofd hebben getrokken,’ horen we hem boven de artillerie uit roepen. ‘Een nachtmerrie waaruit je niet wakker kunt worden. Die vent loopt nu dus achter me aan. Ik kan je vertellen dat ik dit niet echt prettig vind!’

πŸ‘ We zien de camera rondzwenken, zoekend naar een uitweg, maar aan de randen van het omgewoelde veld is overal prikkeldraad. Het is een borsthoge wirwar, al zijn de stokken die het omhoog hielden weggerukt door granaten.

Ineens zwenken we er naar toe.

πŸ‘‚ ‘Over hersenvergiftiging gesproken.’ Dylans stem slaat even over in een nerveuze lach. ‘Dat prikkeldraad is enkel AR! Je wordt hier dus echt gek gemaakt. Misschien is de rand van de stad hier maar enkele tientallen meters vandaan. Maar door de software van Scandoss heb ik geen flauw idee waar ik ben en wat echt is.’

πŸ‘ Vlak voor ons woekert nu het prikkeldraad. Als we de stekels zien haperen we even. Dan gaan we draven. We rennen we er recht in.

πŸ‘‚ Dylan krijst. ‘Pijn, godverdomme pijn! Ze zitten weer in mijn hersens te fucken met hun prikkeldraad! Ik doe het niet, ik doe het niet! Ik ben niet gek, nep of niet! En ik laat niet met me fucken!’ Er klinkt nu paniek in zijn stem. β€˜Waar is die vent intussen?’

πŸ‘ Als de camera weer rustig is geworden en de schokkerige close-ups van stekels en graaiende handen weg zijn, bewegen we weer evenwijdig aan het prikkeldraad. We rennen. We zien Dylans handen als hij ze omhoog steekt.

πŸ‘‚ ‘Niks aan te zien,’ horen we hem hijgen. ‘Geen bloed, geen opengescheurd vlees. Maar je wilt niet weten hoe dat net aanvoelde. Ik word nog beroerd bij de herinnering. Waar is die vent? Ja, hij volgt me nog steeds.’ Zijn stem klinkt ineens wat lichter, bijna lacherig. ‘Ik schijt in mijn broek, dat kan ik je verzekeren. Ik heb geen idee hoe ik hier weg kan komen. Die vent weet het wel, aan zijn rustige bewegingen te zien. Wie Γ­s het, verdomme, wat wil hij? Hij moet duidelijk mij hebben.’ Hij is even stil. β€˜Dit is geen verwarde man. Dit is iemand die me probeert te intimideren, die hoopt dat Dylan Vergaal zijn kritische mond eens een keer gaat houden.’

πŸ‘ De selfie-modus. Dylans drijfnatte gezicht.

πŸ‘‚ Zijn stem, zelfverzekerd. ‘Ik ga de confrontatie aan, ik ga het doen! Ik laat niet met me sollen in een of andere nepperige horrorsetting. En ik ga hem uit zijn tent lokken. Ik wil weten voor wie hij werkt, door wie hij betaald wordt. En het kan me niet schelen dat ik daar zelf gevaar bij loop.’

πŸ‘ Weer in de omgevingsmodus komen we tot stilstand en draaien ons om. De belager is nog maar een meter of tien achter ons. De atmosfeer voelt benauwd aan door Dylans hartslag.

πŸ‘‚ ‘Zijn gelaatstrekken kan ik nog steeds niet onderscheiden,’ zegt Dylan. ‘Is dat ook de software van Scandoss? Stiekem geΓ―mplanteerd in mijn hoofd bij de laatste update? Een griezelige gedachte. Hoe ver kunnen ze gaan, zonder dat we er iets aan kunnen doen?’ Dan zegt hij, luid en uitdagend: ‘Wordt het niet eens tijd dat je ons vertelt wie je bent en wat je van me wilt?’

In een zeldzaam moment van bijna-stilte tussen het gedreun van de artillerie horen we een menselijke stem jammeren. Het klinkt vlakbij. Dylan stokt even, maar hij gaat door: β€˜Ik ben de vlogger Dylan Vergaal. Probeer je me te intimideren?’

πŸ‘ De ander komt tot stilstand. We zien de vreemd-onduidelijke mond bewegen.

πŸ‘‚ Eindelijk horen we zijn stem. ‘Je opname-apparatuur staat aan, begrijp ik.’ Het is een rustige tenor.

πŸ‘ Fellere roodheid golft door het scherm. Dylans hartslag neemt toe.

πŸ‘‚ ‘Ik heb niets te verbergen,’ roept Dylan. β€˜Jij wel? Ben je bang dat de beelden van intimidatie van een onafhankelijke journalist de hele wereld over gaan? Dat de aandelen van Scandoss kelderen? Dat er koppen rollen in het stadhuis?’

Weer is daar de rustige stem. ‘Scandoss? Stadhuis? Misschien ben ik gewoon een toevallige passant, iemand die door deze indrukwekkende historische scene wandelt.’

‘Ja doei,’ mompelt Dylan. Luider: ‘En wat vind je dan van deze indrukwekkende historische scene?’

πŸ‘ De belager komt weer in beweging. Zijn gezicht blijft een grauwe, vage vlek. De mond beweegt wel. Zelf lopen we langzaam achteruit.

πŸ‘‚ ‘Wat ik hiervan vind?’ vraagt de rustige stem. ‘Wordt ik nu geΓ―nterviewd door een beroemde vlogger? Wat gebeurt er met mijn uitspraken als ik op de montagetafel ligt, machteloos als de soldaat die daar met afgerukte benen ligt te wachten tot hij met bajonetten wordt afgemaakt?’

Dylans ademhaling stokt als hij op iets trapt en wankelt.

πŸ‘ Aan de onderrand van ons beeld zien we een schoen waar nog een bloederig stuk been uit steekt.

πŸ‘‚ Het kermende gejammer is zo dichtbij dat we het zelfs dwars door de artillerie-uitbarstingen kunnen horen. De stem van de belager horen we in de stiltes, rustig, bijna dromerig. ‘De Slag bij de Dodde als augmented reality. Je reinste manipulatie. Maar hebben we niet allemaal behoefte aan manipulatie? Daar weet jij als vlogger toch alles van?’

πŸ‘ Het maanlandschap met de dreigende dof-rode lucht. De slenterende vreemdeling die ertegen afsteekt.

πŸ‘‚ Ineens is daar een geluid uit een andere werkelijkheid: ergens wordt een autoportier dichtgeslagen.

Aan Dylans stem te horen heeft hij het gehoord. β€˜Jazeker, daar weet ik alles van. Het is onze taak om manipulatie aan de kaak te stellen.’

De ander zegt niets.

Dylans stem gaat verder. ‘Manipulatie. Het is bekend dat het stadsbestuur een bepaalde visie op stad en volk wil promoten. De moedige strijder die het vaderland verdedigt tegen machten van buiten. Tegelijkertijd zien we dat etnische en sociaal-economische minderheden worden gemarginaliseerd. Toeval? En wat zijn de belangen van Scandoss? Kunnen we in de toekomst meer implantaatsoftware verwachten die onze visie op de wereld beinvloedt?

πŸ‘ Op de achtergrond zien we soldaten tevoorschijn komen uit sleuven en kuilen, met schoppen en bajonetten in de aanslag. Aarde spat op als er handgranaten tussen hen landen. Mannen hakken op mannen in, vallen neer. Het heeft inmiddels iets vervreemdends, alsof het iets is uit een andere wereld, uit een droom. Een enorme explosie doet zand in fonteinen overeind spuiten en soldaten van beide kanten als vuurwerkvonken wegspatten. Een stofwolk.

πŸ‘‚ De bijbehorende dreun is toch nog weer onverwacht en oorverdovend.

‘Waarom praten we er niet gewoon rustig over?’ roept Dylan. ‘We kunnen ergens gaan zitten. Ik ben geΓ―nteresseerd in wat je ons te vertellen hebt.’

Eindelijk klinkt de andere stem weer. ‘Je hebt besloten dat ik van Scandoss ben. Wie zegt dat ik geen gewone roofovervaller ben? Of een gestoorde gek?’

πŸ‘ We blijven achteruit bewegen, schokkerig.

πŸ‘‚ ‘Ben je dat dan?’

‘De tijd zal het leren. Als ik een roofovervaller ben dan vinden ze je apparatuur terug, want die raak ik bij geen enkele heler kwijt. Als ik een gestoorde gek ben dan blijft het ook gewoon liggen. Maar als ik een hitman van Scandoss ben dan neem ik alles natuurlijk mee. Dan laat ik geen sporen achter. Dan lost alles samen met jouw bekende bruine krullen en zachte lachwangen op in een bad van ongebluste kalk.’

πŸ‘ De wereld golft vermiljoen als de camera met een ruk 180 graden draait. We rennen weg.

πŸ‘‚ Dylans adem komt er in horten en stoten uit. Er bovenuit en in een luwte in het artillerievuur horen we weer dat wonderlijke geluid: een slaand autoportier, direct gevolgd door een kinderstem. Een mannenstem antwoordt en een kofferbak wordt geopend.

πŸ‘ De roodheid verbleekt merkbaar en de camera gaat in een rechtere lijn bewegen. We koersen zelfs recht op een verzakte AR-sleuf af. Het wordt even stikdonker als Dylan door de lucht loopt met zijn ogen dichtgeknepen om niet in de war te raken.

πŸ‘‚ We horen hem stokkend lachen. Dan roept hij over zijn schouder: ‘Wat drijft jou? Doe je dit enkel voor het geld?’

β€˜Wat drijft jΓ³u, Dylan Vergaal?’ vraagt de stem, erg dichtbij. β€˜Behalve ik dan, want je laat je steeds door mij afbuigen. Je wilde toch naar die parkeerplaats toe?’

Dylans adem giert even. β€˜Wat mij drijft is wat journalisten al sinds het begin der tijden drijft: voorkomen dat mensen met macht maar alles kunnen doen.’

πŸ‘ De selfie-modus, heel even. Dylans vertrokken maar vastbesloten mond. Vlak achter hem zien we de schim van de belager. Dan is er weer de omgeving. Er zijn hier bomen, al zijn ze geblakerd en bladloos. We passeren een ongeschonden schuurtje met zandzakken tegen de wanden.

πŸ‘‚ β€˜Weet je wat ik altijd zo irritant vindt, Vergaal?’ zegt de stem achter ons. ‘De zelfgenoegzaamheid van journalisten, die air van heiligheid. Het laffe verschuilen – nee, niet achter een AR-schuurtje -‘

πŸ‘ – en met een ruk zwenken we weg. Even later zijn we op de een of andere manier toch weer op de open vlakte beland, met de sleuven, putten en borsthoge weringen van zandzakken en beton –

πŸ‘‚ β€˜- maar achter het zogenoemd kritische. Alsof de pers geen belangen heeft.’

Dylans stem, hijgend: β€˜Voor machthebbers is de pers zelden goed nieuws. En voor bedrijven met een miljardenomzet als Scandoss ook niet.’

De rustige tenor vlak achter ons: β€˜Drie weken geleden waren er relletjes in de voorsteden. Gewoon jongens die agressief zijn om een van de duizend redenen die jongens kunnen hebben om agressief te zijn. Maar de politiek grijpt de relletjes aan om er allerlei nieuwe bevoegdheden door te drukken. En de pers grijpt het aan om te roepen dat er een onoverbrugbare kloof is tussen mensen van verschillende etnische en culturele achtergronden en dat we aankoersen op een oorlog vergeleken waarbij de Slag bij de Dodde verbleekt.’

β€˜Sommige media misbruiken hun positie. Dat wil nog niet zeggen dat de pers niet keihard nodig is!’

“Keihard nodig.’ Zoals jouw vlogs in die week. In alle commotie vallen twee verwarde personen kort na elkaar voorbijgangers aan met messen, en – wat maakte jij daar ook al weer van? ‘De Apocalyps nadert met rasse schreden’.’

‘Als de machthebbers het vuil spelen dan moeten wij dat ook doen,’ hijgt Dylan.

“Ik kon niet anders, meneer de rechter, hij deed het ook.’ Ja, ik hoor die kinderstem ook. Je rent er naar toe. Doe je dat omdat je hoopt dat het veiligheid betekent? Of denk je aan je vlog? Gegil van kinderen als Dylan Vergaal uit de struiken komt rennen met een van angst vertrokken gezicht? En dat natuurlijk keurig geframed in een betoog over Scandoss? Of hoop je zelfs stilletjes dat het gezinnetje omkomt omdat ik geen getuigen kan gebruiken? Dan slaat je verhaal natuurlijk helemaal aan.’

We horen alleen Dylans gierende ademhaling.

πŸ‘ Vlak voor ons uit is een loopgraaf met versterkte randen. Gevechtshandelingen zijn hier nog niet geweest want er groeit zelfs wat gras. Ook de twee vrachtwapens en iets wat op een veldkeuken lijkt zijn ongeschonden. Soldaten zien we niet.

πŸ‘‚ We rennen naar de loopgraaf. Het beeld wordt zwart als Dylan naar de rand rent en zijn ogen dichtknijpt.

Zijn stem maakt een raar geluid.

πŸ‘ Even is er helle paarse lucht, wegkantelend. Een muur, een rand, vlakbij.

πŸ‘‚ Meteen daarna een dreun en een schreeuw.

πŸ‘ Zwart.

Antraciet.

Rooddoorlopen grijsheid. Een pulseren.

πŸ‘‚ Dylans zware ademen, kreunen.

Een tweede ademhaling, vlakbij, rustig.

πŸ‘ Hel rood vult het beeld voordat we meer hebben kunnen zien dan een schim die zich over ons heenbuigt.

πŸ‘‚ We horen de tenorstem, nu heel dichtbij, misschien maar een paar centimeter van ons gezicht verwijderd. β€˜Wat is er toch gebeurd met het journalistieke ideaal van zorgvuldigheid? Hoe ironisch dat een vlogger die zich druk maakt over AR-manipulatie het verschil niet ziet tussen ordinaire software en een nagebouwde museumopstelling.

Kreunen, zacht jammeren.

πŸ‘ In het rood zien we een schim van een gezicht, vlakbij. De trekken blijven onduidelijk, alsof er elastisch textiel over het hoofd getrokken is dat de neus tot een een opgeworpen berg, en mond en ogen tot zwarte kraters maakt. Enkel een implantaat-oog glinstert.

πŸ‘‚ ‘Nu zullen we het nooit weten, hΓ¨? Een gestoorde gek of een hitman van Scandoss. Maar het maakte tijdens ons gesprek niet veel uit. Toch?’ Even stilte. ‘En voor de afloop maakt het in elk geval niet uit.’

πŸ‘ Er komen handen in beeld. Vingers, duimen, die zich naar ons toe bewegen. Het beeld worstelt en zwiept, wordt zwart, rood-grijs, hel rood, weer zwart. Er zijn lichtflitsen. Het pulseren is als een moker dat de golven van zwart en rood onze schedel in beukt.

Het slagveld en het alles verdwijnt.

 

‘Het blinde oog’ is een verhaal dat volledig op zichzelf staat maar ook deel uitmaakt van een groter geheel: Cernach Park.

Last modified: 20 oktober 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *