Dag allemaal

Mens tussen mensen

2 mei 2018

Hoera, we zijn weer een stap dichter bij onze verblijfsvergunning! Vorige week ben ik naar het kantoor van de Vreemdelingendienst geweest voor het laatste gesprek. Sterre moest mee als tolk, want dit 41-jaar oude wijf zal met die rare kliktaal nooit verder komen dan het bestellen van een broodje ’dbû’ûpl’k.

Dus ik zat stil op mijn stoel, keek van de ambtenaar naar Sterre en weer terug alsof het een tenniswedstrijd was en beantwoordde af en toe haar gefluisterde vragen. Of het goed ging kon ik niet opmaken. Keplerianen hebben geen nek. De ambtenaar verrees aan de overkant van de tafel als een massieve azuurblauwe berg en alleen die zware, puisterige oogleden gingen op en neer. Uit zijn lijf kwamen golven van gerommel en geklik over ons heen gerold. Zoals altijd klonk het intimiderend, hoewel het misschien een aardige vent was. Geen idee. Sterre werd steeds roder maar ze sloeg zich er manhaftig doorheen. Ik was apetrots op haar. Buiten zei ze alleen maar dat het goed was gegaan. Ik vertrouw op haar oordeel – en besef weer eens hoeveel verantwoordelijkheid er op die dertienjarige schoudertjes rust. Ze moet veel te snel volwassen worden. Hoe dan ook, we moeten nu afwachten tot we nader bericht krijgen.

Maandag was het A’bt’rrû’kf’, een grote feestdag hier. Eens in de zeventien maanden spuit de Rg’pt’’ô. De naam betekent ‘Reusachtige Rode Baby’ omdat de zwangerschapsduur van Keplerianen (die arme zielen) ook ongeveer zo lang is. Het is een van de grootste geisers in de omgeving dus het hele openbare leven in de stad komt tot stilstand. Kort voor zonsopgang begon hij pufjes stoom uit te zenden en tegen de tijd dat de festiviteiten begonnen, kolkten er enorme rood-witte watermassa’s uit. Omdat schoonmama COPD heeft ben ik niet meegegaan met de kinderen toen ze met hun felblauwe vliegertjes op pad gingen, maar ik ben wel een paar keer naar de bovenste verdieping van het AZC geklommen om te kijken. Vanaf het balkon was het een onvergetelijk gezicht. De Baby was een rood kolkend monster in de verte en in grote delen van de stad zag je alleen nog maar de toppen van de hompige torenflats. Daaronder was enkel een zee van mistige windflarden, met vliegertjes die eruit schoten en er weer in verdwenen. Soms suisden en duikelden ze ook in dichte stromen boven de mist, als de vliegeraars met duizenden tegelijk door de straten renden. Bij dat alles rommelde de grond en siste de Baby. Laat in de middag kwamen de kinderen hoestend en smerig thuis, helemaal uitgelaten. Lars had nog wel een akkefietje gehad. Bij de plekken waar je dichtbij de Baby kan komen is het gebruikelijk om elkaar met klodders warm schuim te bekogelen. Lars ging natuurlijk ook met blubber gooien. Andere kinderen waarschuwden maar je kent Lars, die voelt zich dan juist uitgedaagd. Even later kwam er een toezichthouder op hem afgestormd die hem stevig de les ging lezen. Sterre zei dat het ook superstom was geweest maar ik kon me wel voorstellen hoe Lars zich voelde. Hij wil zo graag stoer zijn. Gelukkig had hij het snel kunnen vergeten en had hij een hoop lol gehad met zijn vlieger.

Dodenherdenking was goed. We zijn twee minuten stil geweest en hebben het Wilhelmus gezongen. (Van mij hoeft dat niet zo, maar schoonmama had er sterke gevoelens over. Ik moet zeggen dat het me wel wat deed. Tsja. Zo ver van huis ben je voor je het weet een chauvinistische ouwe trut.) Daarna hebben we film gekeken. Er waren wat boze blikken van de Canadezen omdat er die avond een of andere kwalificatiewedstrijd op aarde was, maar ze konden het dak op. Dan hadden ze de televisieruimte maar op tijd moeten reserveren. Voor Lars was het de eerste keer dat hij Oorlogswinter zag en hij was erg onder de indruk. Bij de koffie hadden we chikuanga van de Angolees. Niet bepaald oranjekoek maar het is de enige Terraanse winkel in de wijde omgeving dus dan moet je creatief zijn 🙂

We denken iedere dag aan jullie, en aan de verschrikkelijke gebeurtenissen in België en bij Marrakesh en Warschau. Na de gifgasaanval en de dood van Thijs en Mads dacht ik dat het niet erger kon. Wel dus. Het lijkt alleen maar gruwelijker te worden en nooit op te houden. We hebben ontzettend veel geluk gehad met onze vlucht naar Kepler, maar ik voel me zo machteloos bij de gedachte aan wat er met jullie op aarde gebeurt.

Heel veel groeten, ook van schoonmama, van oom Jurjen en de neven, en van Sterre en Lars en mij, en in gedachten van Thijs en mijn kleine Mads.

Annemare

Last modified: 20 oktober 2018

2 Responses to :
Dag allemaal

  1. Odile Schmidt schreef:

    Ik ben onder de indruk.

    1. deborahva schreef:

      Soms kan het speculatieve, onrealistische bijdragen aan een beter begrip van het (helaas maar al te) realistische. Goed om te horen dat me dat in dit verhaal blijkbaar enigszins is gelukt. Dank je wel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *