Sfinx en de afgrond

Mens tussen mensen

30 maart 2018

Waar gereisd wordt raken koffers zoek en darmen ontregeld. Jonty Rosheuvel werkte bij de helpdesk van Sfinx en hielp reizigers in andere werelden om dit soort problemen het hoofd te bieden. Hij vertelde hoe je je huid het beste kon beschermen tegen twee zonnen en wat de beste behandeling was bij de beet van een pterodactylus of kleine draak.

Soms zocht hij een alternatieve herberg op of vertelde welke karavaan in de regio als goed bekend stond. Of hij gaf de weersverwachting voor de miljoenenstad Gothsborough of de Tlypphau-archipel. Soms wist hij het ook niet. Dat was niet zo vaak. De content op zijn computer bevatte informatie over zo’n beetje elk denkbaar onderwerp in tientallen werelden. Hij vond het leuk werk. Zelf was hij nog nooit in een andere wereld geweest, maar dat kwam nog wel eens. De gesprekjes met reizigers gaven hem in elk geval veel inspiratie voor de graphic novel waar hij thuis aan werkte, en de onregelmatigheidstoeslag betekende dat hij parttime kon werken.

Ana Vodarsky was niet iemand die halve dagen op een zolderkamer achter de computer zat te tekenen, besloot Jonty toen ze dinsdagavond op zijn lijn binnenkwam. Vanaf zijn scherm keek een magere vrouw van middelbare leeftijd hem met een heldere bruine blik aan. Het gezicht op de pasfoto was getekend door de lijntjes van weer en wind. Ze belde uit de wereld Corrik waar het nu half elf in de morgen en licht bewolkt was, en ze had Sfinx Basis: drie adviesgesprekken met de helpdesk plus een bagageverzekering.

‘Goeiedag,’ zei ze abrupt. Aan de bergwand-akoestiek die kenmerkend was voor Corrik kon Jonty horen dat ze in de buitenlucht stond. ‘Kunt u mij ver–’

‘Goedemorgen, mevrouw Vodarsky,’ zei hij vriendelijk. Hij had het mede aan zijn prettige stem te danken dat hij deze baan had gekregen. ‘Waarmee kan ik u van dienst zijn?’

‘Ik sta hier op ongeveer vijf kilometer beneden Dagohoum en ik wilde via de rivier de Strabo naar Canticlum te lopen. Maar is die route nog begaanbaar? Een zinniglijkende vent die ik vanmorgen sprak zei dat de weg tegenwoordig overgroeid is met van die ellendige klimplanten.’

Type rugzak en stevige bergschoenen, dacht Jonty. Iemand die dertig kilometer op een dag aflegt, ’s avonds in de gelagkamer van een herberg rustig in een hoekje naar de andere gasten zit te kijken met een enorme tripple voor zich, en de volgende ochtend weer voor dag en dauw op pad is.

‘Dat klopt,’ zei hij. Zijn beeldscherm toonde foto’s van de klimplant liacha waar Corrik van vergeven was. De slierten waren taai en scheidden een bijtende vloeistof af die bij de geringste aanraking al bruine brandstrepen op je kleren achterliet. ‘Ik raad u aan om een paar honderd meter voor de Strabo af te slaan en een smal pad te nemen dat langs een pijnbomenbos loopt. Dat kost u’ – hij controleerde het even – ‘ongeveer twee uur extra reistijd.’

Ze mompelde een verwensing maar luisterde naar Jonty’s aanwijzingen die volstrekt glashelder waren. Als Ana Vodarsky tijdens haar reis in Corrik een ongeluk kreeg dan moest ze begrijpen dat ze Sfinx niet aansprakelijk kon stellen. Tegelijkertijd moest ze het gevoel hebben dat ze alles wist wat er te weten viel. Nog niet zo lang geleden was Sfinx door nabestaanden voor de rechter gesleept toen een reiziger zijn derde gesprek had aangewend om iets onduidelijks te verifiëren en vervolgens niet meer kon bellen toen hij verdwaalde in de woestijn.

Uit zijn ooghoek zag Jonty zijn leidinggevende Gaby even naar hem knikken. Meerdere malen per dag luisterde ze mee met gesprekken van medewerkers. Ze was tevreden over hem. ‘Je hebt hier echt gevoel voor,’ had ze al een paar keer gezegd, en gevraagd of hij meer uren beschikbaar kon zijn. Daar wilde hij nog over nadenken.

‘Sfinx is niet aansprakelijk voor eventuele calamiteiten ten gevolge van de omlei–’

‘Ja, weet ik, verdorie. En maar drie gesprekken, en nou ben ik er al eentje kwijt.’

‘U kunt nu nog overstappen naar Sfinx Plus,’ zei Jonty. ‘Dan hebt u acht gesprekken, en het kost u bij een contract voor twee jaar maar € 190 extra per jaar, met dekking in alle werelden. Ik kan het met een paar drukken op de knop voor u regelen.’

‘Jongen, ik heb geen cent te makken. Deze reis kost me al mijn hele vermogen, maar je wilt je beste vrienden niet in de steek laten. Maar ik zal je verder niet ophouden. Dank je wel en goeiedag.’

Donderdag belde ze weer. ‘Er is een nieuwe controlepost gekomen op de grote weg naar Canticlum,’ zei ze zonder verdere introductie. ‘De wachttijden schijnen te kunnen oplopen tot een paar dagen. Weet jij daar iets van?’

Er was nog geen content over een controlepost bij Canticlum, zag Jonty. Hij stelde snel een paar vragen. Ana Vodarsky leek een nuchtere, betrouwbare informatiebron en dit soort signalen waren belangrijk voor het beeld dat Sfinx had van Corrik. Terwijl hij luisterde en typte dacht hij snel na. Zonder concrete instructies van de backoffice moest hij Ana nu een algemeen advies geven waarmee Sfinx geen enkel risico liep.

‘Gaat u ongeveer een kilometer terug en loop naar Tulan,’ zei hij daarom. ‘Daar –’

‘Dat zijn die azuurblauwe balkonnetjes, toch?’

‘Een middelgroot dorp, ja.’ Corrik was een onafzienbare bergwand waar de wegen als gemzenpaadjes overheen liepen en waar steden en dorpen boven een onpeilbare afgrond hingen. Satellieten had Sfinx er niet kunnen lanceren – bij de ESA wist men zelfs nog niet zeker of het Corrik-universum zoiets kende als ‘een baan om de aarde’ – maar de verbinding via zendmasten op de bergwand was tamelijk goed.

‘Als u in Tulan bent, ga dan naar het Scharlaken Hert. De waard is betrouwbaar en kan u een goede georganiseerde reis aanbevelen.’

Zoals hij had verwacht reageerde ze verontwaardigd. ‘Een georganiseerde reis? Ben je besodemieterd? Je denkt zeker: zo’n oud wijf kan zich maar beter bij koffie en bingo houden!’

‘In uw eentje loopt u waarschijnlijk enorme vertraging op,’ zei Jonty redelijk. Hij liet haar uitsputteren en zei toen, met een blik op Gaby’s lege stoel: ‘Tenzij u een getraind zwaardmeester bent, natuurlijk, dan kunt u het risico misschien nemen en de soldaten bij de controlepost gewoon in plakjes snijden.’

‘God nee, jongen. Op mijn zeventiende ben ik gaan schermen, maar ik kon er niks van.’

‘U had moeten doorzetten. Dan hoefde u nu niet aan de koffie en de bingo.’

‘Jongeman, gezwaai met zwaarden heeft nog nooit iets nuttigs opgeleverd.’ Zij klonk ook geamuseerd. ‘En gelukkig heb ik als vierenzeventigjarige ruimschoots ervaring met betutteling en andere beproevingen waar de jongere generatie niet tegen opgewassen zou zijn.’

Was ze echt vierenzeventig? Jonty checkte snel haar geboortedatum. Inderdaad.

‘Iets leuks?’ vroeg Pepijn naast hem, toen hij na afloop van het gesprek achteruit leunde. Hij schudde glimlachend zijn hoofd.

Ana Vodarsky belde een paar uur later weer.

‘Help me,’ zei ze. Haar stem kraakte van angst.

Jonty bleef stil zitten. Dit was duidelijk een noodsituatie. Hij moest het gesprek nu via het rode icoontje op zijn desktop doorschakelen naar Gaby. Die zou Ana een paar zakelijke vragen stellen over de situatie en vervolgens uitleggen dat de dienstverlening van Sfinx hier stopte. Ze was er, Gaby, en ze zat met gesprekken mee te luisteren. Ze zou Ana Vodarsky netjes en professioneel informeren. En na afloop tegen Jonty zeggen dat je niet alle ellende in de wereld kan oplossen.

‘Mensen willen overleven,’ zou ze zeggen, ‘en jij wilt vanuit het diepste wezen van je hart helpen. Dat is menselijk, maar je moet jezelf niet overschatten. Het is waanzin om te denken dat je iemand in een ander universum kunt helpen. Je houdt er alleen maar een schuldgevoel aan over. En waarom gaat een vrouw van vierenzeventig in vredesnaam in haar eentje naar Corrik? Dat is ook wel vragen om problemen.’

Hij nam een besluit. Gaby’s blik rustte op haar bureaublad en haar prettige, kordate gezicht stond aandachtig. Ze kon naar Pepijn zitten luisteren, of Thijs of Li – of naar hem. Terwijl hij keek zag hij haar overschakelen naar een volgende lijn. De verdeling was willekeurig en evenredig zodat iedereen even vaak aan bod kwam. Ze kon ook gericht naar een bepaalde medewerker doorschakelen, maar dat deed ze alleen als ze daar een reden toe had.

Die ging ze niet krijgen. ‘Dag mevrouw Vodarsky,’ zei hij, nadrukkelijk. ‘Is het met uw… overboeking naar Herberg de Schermer… niet gelukt?’ Dat was het, besefte hij meteen. Ze had geen georganiseerde reis genomen maar was in haar eentje verder gegaan.

In de stilte luisterde hij ingespannen naar de geluiden aan de andere kant, in de hoop dat hij kon horen wat er aan de hand was. Intussen bekeek hij de kaart rondom Tulan en Canticlum. Corrik liep daar bijna verticaal en er was maar één grote weg. Voor het overige waren er enkel paadjes die soms maar een paar centimeter breed waren en die als ‘onbegaanbaar’ werden aangemerkt. Daar moest Ana ergens zijn. Was ze gevallen? Had ze iets gebroken? Was ze aangevallen door roofvogels of lynxen? Er was een melding voor deze regio, zag hij ineens, van Pepijn van nog geen 24 uur geleden. Er stond een rood vlaggetje bij maar er was nog geen follow-up van de backoffice. Toen hij de melding aanklikte zag hij een enorme lap tekst.

‘Alsjeblieft, kun je me helpen?’ zei haar stem in zijn oor. ‘Het is allemaal – ik heb –’

‘Zoals u bij een eerdere reis eens zei: de ervaren reiziger blijft rustig onder alle omstandigheden,’ vervolgde Jonty. ‘Begrijpt u mij?’ Pepijns melding kon hij zo gauw niet bevatten, maar hij zag sommige woorden een paar keer terugkomen: ‘staatsgreep’ en ‘onveilig’. ‘Ik pak intussen even de kaart erbij. Waar bent u –’

‘Ze hebben me ingesloten en het zijn struikrovers, er liggen overal lichamen, zelfs van kinde–’

‘Mevrouw Vodarsky,’ onderbrak Jonty haar met een blik naar Gaby. ‘U moet even rústig naar me luisteren, anders kan ik u níet adviseren.’

‘Goed,’ kraakte ze.

Maar hij had geen flauw idee wát hij haar moest adviseren. Op zijn scherm zag hij plaatjes van de bloeiende liacha en een lijst van healers en herbergen in de omgeving die op vertoon van de Sfinx-klantenpas tot wel 20% korting gaven op heel veel diensten en producten. Sfinx: werelden van advies. In zijn headset hoorde hij Ana’s snelle, bijna kreunende adem, nog verder weg dan de andere kant van de Melkweg.

Een touw, dacht hij in het wilde weg.

‘Is er beneden u een ander pad dat u kunt gebruiken?’ vroeg hij.

‘Dat is wel tien meter lager,’ fluisterde ze.

‘Rustig luisteren, mevrouw Vodarsky. Tien meter is niet veel. Kunt u afdalen? In een rechte líjn?’

Ze was even stil. Toen zei ze: ‘Ik heb niet veel bagage bij me.’

Natuurlijk had ze geen touw bij zich. Iemand van vierenzeventig, al was het een nog zo’n pittig wijf, ging niet meer als een aap in het rond klauteren en nam dus ook niet zoiets als een touw mee. Kon ze haar kleren aan repen scheuren? Nee, dat was veel te kort en te zwak, en bovendien kostte dat allemaal te veel tijd. En dat was ook boekenflauwekul. Echt iets voor een romanticus, een pentablet-kluiver. Wat wist hij van Corrik of van welke parallelwereld dan ook?

Een mannenstem schreeuwde nu iets.

‘Kun je iets zien?’ vroeg Ana met overslaande stem. ‘Zien! Op je kaart!’

Ze hadden haar gezien.

Shit, shit, shit. Jonty keek zwetend naar zijn scherm. Healers. Kortingen tot wel 20%. Bloeiwijzen en karakteristieken van de liacha in verschillende seizoenen.

Dat was het. ‘Luistert u goed naar me,’ zei hij. ‘Let u op de klímplanten.’

Er klonk meer geroep.

‘Je bedoelt…?’

Even twijfelde hij. Of het menselijkerwijs mogelijk was om brandwonden te negeren als je daar boven een peilloze afgrond omlaag aan het klimmen was, kon hij zich niet voorstellen. Toen besefte hij dat dat er ook niet toedeed.

‘De klimplanten!’ zei hij fel. Er was net even een luwte in het gezoem om hem heen en zijn woorden klonken overal bovenuit. ‘In onze informatiebrochure over Corrik hebt u daarover kunnen lezen.’ Maar het kwaad was al geschied. Hij zag Gaby’s hand bewegen.

‘Dat lijkt onmogelijk,’ zei ze na een korte stilte, krakend en bijna smekend.

Nee, het is niet onmogelijk, Ana, dacht hij verbeten. Je schrikt nu niet terug voor pijn en brandwonden in je handen. Je gaat je kordate zelf zijn, en je gaat dit doen omdat je me vertrouwt, omdat je beseft dat je daar niet alleen bent. Mijn stem is nog – hij checkte het – negenentwintig seconden bij je. En daarna ben ik ook nog bij je, al hoor je me niet meer en ben ik een paar universums van je verwijderd. En dat ga ik je duidelijk maken.

‘U moet het advies van Sfinx vertrouwen,’ zei hij streng. Gaby wierp een vlugge blik in zijn richting en zijn maag golfde een beetje. Ze luisterde duidelijk mee. Hij moest het in een paar volkomen neutraal klinkende zinnen zien uit te leggen.

In Corrik bleef het stil.

‘U zult daar zelf een móuw aan moeten passen.’ Jonty praatte op zijn gebruikelijke opgewekte toon en probeerde de pauzes en klemtonen zo natuurlijk mogelijk in te bouwen, alsof ze er waren omdat hij tegelijkertijd informatie op zijn scherm bekeek. ‘Doet u het rustig aan. U weet dat de klimplanten ongemak geven maar dat u niet bang hoeft te zijn. Voor ernstige gevolgen. Ik moet ons gesprek bijna afronden, maar de dienstverlening van Sfinx blijft bij u. Straks, als u in Herberg De Jonge Hond bent, raad ik u aan om eventuele brandplekken goed te behandelen. Laat u zich niet verleiden tot het kopen van oude wijvenmiddeltjes. Bij sommige healers krijgt u korting met uw Sfinx-klantenpas. Bijvoorbeeld bij, even kijken, ja, bij de Vriendensteek.’

Stilte aan de andere kant. Gaby’s hand maakte een beweging, maar dat maakte niet meer uit. Het ging erom dat Ana had begrepen wat hij duidelijk probeerde te maken.

En eindelijk zei ze wat. ‘Ik begrijp je advies.’ Hij had het idee dat ze zelfverzekerder klonk, al wiebelde haar stem nog steeds.

‘Dan wens ik u nog een heel plezierige reis verder, mevrouw Vodarsky,’ zei Jonty meteen vlot. ‘Wij hopen in de toekomst… weer van u te horen. Sfinx blijft… graag met u in contact.’

‘Dank je wel, Jonty, dag.’

Hij verbrak de verbinding, deed zijn headset af en weerhield zich ervan om zijn voorhoofd af te vegen. ‘Kan ik ook iets voor jou meenemen?’ vroeg hij aan Pepijn terwijl hij opstond. Aan de rand van zijn gezichtsveld schakelde Gaby net weer verder.

Bij de koffieautomaat op de gang vroeg hij zich af of Ana op dit moment nog in leven was. Hij zou het pas weten als ze contact met hem opnam. Via de social media zou ze hem gemakkelijk kunnen vinden.

‘Zet hem op, Ana,’ zei hij binnensmonds en hief even het koffiebekertje.

Last modified: 20 oktober 2018

One Response to :
Sfinx en de afgrond

  1. Rias schreef:

    Origineel en verrekt goed verhaal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *