Wat je ziet is wat je krijgt

Mens tussen machines

13 december 2017

Het is een enorme hal, rond en met een gewelfd plafond. Joost glijdt onwennig en duizelig mee met de gastvrouw. Lopen hoeft hij niet.

‘Ziet u nu een grote witte pijl?’ vraagt ze. ‘Als u daarnaar knikt dan bent u in het instructielokaal.’

Een grote witte pijl. Joost knikt opgelucht als hij het ding als een spookverschijning middenin de hal ziet verschijnen, en op hetzelfde moment is de gastvrouw verdwenen. De hal ook. Hij wankelt in de deuropening van een soort vergaderkamer. Er zweven weer van die witte spookpijlen maar aan de grote ovalen tafel zit godzijdank een menselijk wezen, een vrouw. Hij knikt naar haar en alles wordt even wazig. Als hij zijn ogen weer open durft te doen, blijkt hij ook aan de tafel te zitten.

Wat een ellende. Maar het moet, dus hij blijft maar rustig zitten alsof het allemaal normaal is. Zijn hoofd draaien om rond te kijken doet hij niet. Te duizelig. Uit zijn ooghoeken ziet hij wel moderne schilderijen aan de muur en van die sfeervolle verlichting waar je geen reet bij kan zien. Hij heeft het ineens bloedheet en wil dat hij gewoon ergens op een ladder staat, in de frisse buitenlucht, met een zeem in zijn hand en verkeer en passanten om hem heen. Maar dat kan niet meer, sinds die val en de evenwichtsproblemen.

Alsof je van dat virtuele gefloep geen evenwichtsproblemen krijgt. Hij wordt ineens kwaad. Wat móet hij hier? Solliciteren 4U. Jezus, geef me gewoon werk, dan heb je nooit meer last van me. En waar ís dit? Het ziet er allemaal heel echt uit, maar dat doet alles tegenwoordig. Niks is nog echt.

Hij haalt diep adem. Vooruit, jongen, een vent als jij kan zich nog wel een beetje gedragen. Voorzichtig draait hij zijn hoofd en wacht tot alles ophoudt met draaien.

‘Hallo,’ zegt hij. Zijn stem klinkt raar in de koptelefoon.

Ze draait haar hoofd naar hem toe. Hij schat haar iets jonger in dan hijzelf, maar bij vrouwen is dat soms moeilijk te zien, zeker bij dit soort keurige types.

‘Dag.’

‘Eh, weet jij waar we zijn?’

‘Bij UWV. Virtueel solliciteren.’

‘Ja, maar is dit ergens?’

Ze kijkt hem uitdrukkingsloos aan, haalt haar schouders op en kijkt weer voor zich uit. Joost kijkt ook maar weer voor zich uit.

Op dat moment verschijnt een derde cursist in de deuropening. Het is een man van Joosts leeftijd, in een vrij net overhemd boven een spijkerbroek die duidelijk een paar wasbeurten heeft gemist. Grijs haar, stoppelkin.

‘Zo,’ zegt hij ineens naast Joost. ‘Nou, gelukzalig glimlachen kan in dit virtuele bestaan blijkbaar niet, zelfs niet in zo’n fraaie ambiance.’

Zijn uitgestreken gezicht klopt niet met de woorden, en ineens begrijpt Joost het. Op zijn eigen gezicht valt ook niets te lezen. Vorige week hebben ze twee minuten filmbeelden van hem gemaakt, vanuit allerlei hoeken, en hij moest praten en glimlachen en fronsen en nog twintig dingen, maar de instructrice zei al dat je avatar nauwelijks gezichtsuitdrukking heeft. Dit zijn gloednieuwe technieken, nog volop in ontwikkeling.

‘We zijn er trots op dat ook mensen als u daar volop gebruik van kunnen maken,’ had ze gezegd. ‘Juist in uw situatie en op uw leeftijd is het zo belangrijk dat u de digitale boot niet mist.’

Een rij pokerfaces en Joost Fleddérus van 57 in zijn nette pak die de digitale boot niet mag missen. Ineens wordt hij razend. Hij had vorige week ook een vuile spijkerbroek aan moeten doen. Nee, lieslaarzen. En een visnet meenemen.

‘Godsamme, je zit hier gewoon moervast,’ zegt de man naast hem intussen. ‘Ik kan niet eens opstaan! Wat is dat voor dictatuur!’

‘Knikken naar de witte –’

‘Juist, dat zei die beeldschone dame net ook. En waar is de witte pijl dan? Nergens te zien! Bepalen zij of er witte pijlen zijn, of je wel of niet op mag staan?’

‘Daar lijkt het wel op.’

De man draait voor het eerst helemaal zijn hoofd naar hem toe. Pokerface of niet, zijn gezicht ziet er levensecht uit. Lichtblauwe ogen die knipperen en bewegen.

‘Harmen,’ stelt hij zich voor. De lippen bewegen een beetje als in een tekenfilm, dat wel. ‘Nou, een hand geven mag ook al niet, blijkbaar.’

Joost heeft ongemerkt ook een hand uitgestoken, in het kleine spreekkamertje waar hij in zijn eentje aan een tafel zit, maar hij ziet uit zijn ooghoeken dat hij ook als een etalagepop is blijven zitten. ‘Joost.’ Zijn neus loopt een beetje en hij snuift zo zacht mogelijk.

‘En jij?’ vraagt Harmen aan de vrouw.

‘Maureen,’ zegt ze stug. Je kan uit de stem wel veel opmaken, denkt Joost. En ook zij zit ergens in het echt, in een UWV-kantoor, en Harmen ook. Het zijn echte mensen en die Maureen zit zich waarschijnlijk ook gewoon onzeker te voelen. Zelf voelt hij het zweet onder de virtuele bril en de koptelefoon jeuken. Er staat een papieren bekertje water op de tafel voor als hij door de zenuwen wat schor gaat klinken, maar hij durft het niet op de tast op te zoeken. Hij gaat voorzichtig verzitten. De stoelpoten moeten nu over de grond krassen maar door de koptelefoon hoort hij het niet. Hij heeft het gevoel dat hij droomt.

Ze zitten stil te wachten. Er klinkt geen enkel geluid in het virtuele zaaltje. Er zoemt zelfs geen airconditioning.

‘Nou, daar zitten we dan,’ zegt Harmen na een tijdje.

Airconditioning is hier natuurlijk ook niet nodig. Zweten doen de mensen in een ander universum.

‘Komen er nog meer, of zijn wij de hele circusvoorstelling?’ vraagt Harmen aan Maureen, maar die blijft voor zich uitkijken.

‘Wonen jullie ook in Groningen?’ vraagt Joost maar.

‘Den Helder,’ zegt Harmen. ‘Waar zou onze cursusleider vandaan komen? Vast uit een callcenter in Bombay. Een jong jochie met zo’n donker koppie die alleen maar Engels spreekt. Is jouw Engels wel goed genoeg, Joost?’

‘Eh, niet echt.’

‘Jongen toch! En dat in de moderne tijd.’ Harmen lijkt te voelen dat hij zit te zweten als een os. ‘Laat je niet intimideren, man. Het is allemaal poeha, bedoeld om nutteloze sukkels als ons in het gareel te houden. Ze willen alleen maar laten zien dat ze sterker zijn, zo heeft het altijd al gewerkt.’

Nu snuift Maureen. Dat kan gewoon, beseft Joost. Hij mag dan geen enkele grip hebben op de ruimte hier en op zijn lichaam, alsof hij volledig verlamd in een ziekenhuisbed ligt, maar zijn stem is van hem.

‘Heb je dat ook gezegd tegen je klantmanager?’ vraagt Maureen intussen aan Harmen.

‘Relax, meid. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.’

Ze zwijgt.

‘Als puntje bij paaltje komt, prik je er doorheen met een satéprikker. Het lastige is alleen dat puntje niet bij paaltje komt omdat er bij paaltje geen witte pijl -’

Harmen stopt abrupt met praten als de stoel aan de overkant van de ovalen tafel ineens niet meer leeg is. Er zit een jonge vrouw met lang bruin haar en een vlak, vriendelijk gezicht. Ze lijkt op zo’n intercedente bij uitzendbureaus die nooit iets voor Joost hebben. Ze neemt de tijd om het drietal een voor een aan te kijken. Joost voelt zijn blaas, maar naar de plee gaan kan natuurlijk niet. Rustig ademen, jongen. Hij vraagt zich af hoe hij overkomt. Bij het filmen hebben ze daar niets over gezegd. Straks ziet hij eruit als een rare, verschrikte vent, zo eentje die je nooit zou aannemen. Dachten ze: nou ja, laat maar, als hij de digitale boot maar niet mist?

Hij beweegt zijn gezichtspieren en vertrekt zijn mond en neus, ergens in die andere wereld, net als de lippen van de cursusleidster van elkaar gaan.

‘Welkom,’ zegt ze op vriendelijke toon. ‘Ik ben Safira de Jong en ik ga jullie het komende uur -’

‘Mevrouw De Jong,’ onderbreekt Harmen haar op warme maar besliste toon. ‘Fijn dat u kon komen. We kregen het telefoontje van uw man en we zijn blij dat we het tijdstip voor u konden aanpassen. Ik zou zeggen: vertel uw verhaal en dan kijken we wat we voor u kunnen doen.’

De cursusleidster is even stil. ‘Eh, u bent hier voor de cursus Solliciteren 4U,’ zegt ze dan. ‘Nogmaals, welkom, en ik weet zeker dat jullie hier straks weggaan met heel veel frisse -’

Harmen leunt wat naar voren. ‘We konden het tijdstip voor u aanpassen,’ zegt hij. Zijn stem klinkt nog steeds beslist maar iets minder warm. ‘Dat betekent dat we minder tijd hebben dan oorspronkelijk, maar we hebben het graag voor u willen doen. Dus laten we snel van start gaan en geen tijd verspillen.’

‘Ik denk dat u het niet hele-’

‘Neem me niet kwalijk, ik vergeet helemaal om mezelf en mijn collega’s voor te stellen. Links van me zit dokter Reen, en aan de rechterkant de heer Van Joosten, die onze secretaris is en zorgt voor de verdere formaliteiten. Zelf ben ik de voorzitter van de commissie, Jan Harmeling. Maar laten we nu alstublieft van start gaan. Het is lunchtijd, en nogmaals: we doen het graag voor u maar…’ Hij laat zijn stem wegsterven.

Joost heeft weer het gevoel dat hij droomt, dat hij elk moment wakker kan worden in zijn eigen vertrouwde bed. Uit zijn ooghoeken ziet hij Maureen ook stil zitten kijken. Hij probeert te begrijpen wat Harmen allemaal zou kunnen bedoelen maar zijn hoofd voelt aan alsof hij in een sauna is. Hij zuigt zijn longen vol met lucht, ergens anders, en hoort zijn ademhaling in de koptelefoon. Straks val ik flauw, denkt hij. Merkt iemand het dan? Blijft mijn avatar hier dan als een verstijfd lijk zitten?

‘Eh, goed,’ hoort hij Safira de Jong op de achtergrond, wat hakkelend. ‘Dat is fijn – ik had dit niet doorgekregen.’

‘Dat kan gebeuren. Virtueel gaan dingen wel vaker mis.’

‘Sorry, ik moet even omschakelen. Ik dacht dat ik nu cursus moest – dat is blijkbaar niet zo, foutje in mijn agenda.’

‘Het geeft niet. Begint u gewoon rustig. We hebben de stukken natuurlijk gelezen – gezien. Gevíewd, bedoel ik. Maar het is goed als u het nog even voor ons samenvat. Want er zijn vast ontwikkelingen geweest.’

‘Maar – ik dacht dat de intake voor een bemiddelingsgesprek bij ons thuis zou zijn. U bent een soort commissie – ik snap het niet.’

Joost snapt het ook niet. Er buldert iets op de achtergrond alsof er toch airconditioning aan staat, maar het is enkel het bloed in zijn oren. Hij wil zijn hoofd draaien en Harmen vragen waar dit allemaal over gaat, maar hij weet dat er iets heel erg mis gaat als hij zijn mond nu opendoet. Gewoon blijven zitten, Fleddérus, en je koest houden, dan komt het goed.

‘Ik begrijp dat het u overvalt,’ zegt Harmen. ‘Maar u wilt toch ook een oplossing?’

‘Ja, zeker, natuurlijk. Het is blijkbaar ergens niet -’ Ze schraapt haar keel. ‘Ehm, waar het om gaat is dat we sinds een paar weken een probleem hebben. Mijn man is afdelingshoofd Operational Strategy bij RBK. Vorig jaar had hij – een soort ongelukje op het werk. Er – het is een beetje idioot – maar u heeft dat ook al wel in de stukken kunnen lezen.’

‘Misschien kunt u de essentie toch even samenvatten?’

‘O ja – dat is zo. Nou – wat er gebeurde was dat mijn man vorig jaar op het werk zijn mobieltje op de wc vergat. Hij had net – dit is een beetje gênant – Hij had zitten kijken naar iets, naar iets van ons samen. Ik – ja, ik vond het ook niet leuk om te horen – ik wist niet dat hij zoiets dan op kantoor op de wc zit te bekijken en dan blijkbaar -’ Ze kijkt naar Harmen, die aanmoedigend knikt. ‘U bent toch echt van de buurtbemiddeling?’ vraagt ze, ineens wat wantrouwend.

‘Daar gaat het immers om,’ zegt Harmen. ‘Gaat u verder.’

‘Ik dacht dat het een intakegesprek zou zijn, geen commissie. Ik wist helemaal niet dat er commissies wa-’

‘Kijkt u het thuis even na,’ zegt Harmen vriendelijk. ‘Beelden van u samen?’

‘Ehm, gewoon privédingen. Maar hij vergat dus zijn mobieltje op de wcrolhouder, en de volgende die daar kwam zag het en kon dat filmpje zien. Gelukkig hebben ze het niet doorgestuurd of online gezet, dat hadden ze ook niet gedurfd, maar een flink aantal mensen heeft het dus wel gezien. Het is rondgegaan. Dave had het pas door toen hij – hij was opgelucht toen het mobieltje er nog gewoon lag, hij dacht dat er tussentijds niemand op die wc was geweest. Maar wel dus. Hij had het door toen we ineens die streaker kregen.’

‘De streaker, ja,’ zegt Harmen. ‘Dat was wel heel bijzonder, hè?’

Ze lacht nerveus. Joost hoort het zweet erachter. Zelf zit hij verstijfd te luisteren.

‘Bijzonder, ja, zeg dat wel. ’s Ochtends de gordijnen openschuiven en dan…’

‘Ja, kunt u dat in meer detail beschrijven?’

‘Het is niet strafbaar, dat is het hele punt. Het is geen bedreiging, geen afpersing, geen stalken – het valt in geen enkel juridisch hokje. Die man is geen werknemer van RBK. Hij woont een paar straten verderop en heeft het blijkbaar van iemand gehoord – O sorry, ja. Ehm, hij – imiteert een – standje. Een – Hij gaat op het gazon liggen en dan steekt hij – in zijn blootje dus. Hij steekt zijn been – en daar maakt hij geluiden bij. Dat is stom want dat doe – Het gebeurt bijna elk weekend. Hij komt dan blijkbaar dronken thuis of zo en gaat nog even bij ons langs. Dave is een paar keer de tuin in gerend maar dan was hij natuurlijk al weg. En het is dus niet strafbaar. We kregen nu het advies om met hem te gaan praten, om uit te leggen wat dit met ons doet. De buren…’

Harmen knikt. ‘Heel ingrijpend, begrijp ik. Het mag dan geen stalken heten, maar je voelt je dan toch behoorlijk – alsof je een beetje uitgespuugd wordt door het rechtssysteem.’

‘Juist. En het is zo oneerlijk. Ik bedoel, het is gênant maar we hebben niets onwettigs gedaan. Gewoon privédingen. En pech.’

‘En pech,’ knikt Harmen. ‘Dat hebben veel mensen, gewoon pech, en dan wordt je ineens met allerlei dingen geconfronteerd. U weet dat wij alleen maar uw verhaal aanhoren en daarover verslag doen?’

‘Ja natuurlijk. Maar aan wie eigenlijk?’

Harmen leunt naar achteren. ‘Zeg eens eerlijk, vind u zo’n bemiddelingsgesprek met die vent eigenlijk prettig?’

‘Nee, helemaal niet, ik zie er als een berg – maar als het helpt…’

‘We moeten even goed kijken wat hier wijsheid is. Je wilt het ook niet nodeloos ingewikkeld en onprettig maken als het niets oplevert. Nou, volgens mij hebben we het plaatje wel compleet. Dokter Reen, hebt u nog iets te vragen?’

Joost kan Maureen niet zien maar het blijft stil.

Dan gebeurt het onvermijdelijke. ‘Van Joosten, heb jij nog iets te vragen, met het oog op de juridische aspecten?’

Joost blijft voor zich uitkijken. ‘Eh, nee,’ weet hij uit te brengen, en denkt: nu ben ik medeplichtig.

‘Hoe lang gaat dit nu duren?’ vraagt Safira de Jong. Haar hoofd draait terug naar Harmen. ‘Ik dacht dat het bemiddelingsgesprek snel zou zijn maar nu gaat het dus zo. Fijn dat u het zo snel kon oppakken, echt waar, maar u begrijpt – elk weekend is er weer eentje. En de buren -’

‘Dat komt goed. Binnen drie dagen onze conclusie. Toch, Van Joosten?’

Joost knikt stom. Hij had op moeten staan en weggaan, meteen toen Harmen begon. Maar wanneer hij dat dan had moeten doen weet hij niet, laat staan hoe. De koptelefoon en die virtuele bril afdoen, waarschijnlijk, maar hij lijkt de zeggenschap over zijn hele lichaam kwijt te zijn.

Harmen praat intussen verder. ‘Kijk eens aan, dat is mooi. Mevrouw De Jong, veel sterkte met alles, ook uw man, en dank voor uw komst.’

Safira de Jong verdwijnt in het niets. Even later zweeft er tot Joosts grenzeloze opluchting een witte pijl voor hem met de bevrijdende woorden Einde cursus erboven.

‘Wat een charmante jongedame,’ zegt Harmen.

‘Ben jij gék of zo?’ zegt Maureen. ‘Hoe haal je het in je kop!’

‘Ik vind dit anders allemaal heel eigentijds. Een commissie die binnen drie dagen iets afhandelt. Geen gesprek met een enge vent die misbruik maakt van de persoonlijke behoeften van een eerlijk hardwerkend afdelingshoofd Operational Strategy. Wat zou dat trou-’

‘Wat denk je dat ze straks gaat doen, jij stomme klootzak!’

Joost schraapt zijn keel en voelt zijn lichaam weer. Hij heeft het ijskoud. ‘Maar hoe wist jij dit allemaal? Ken je die Sa-Safira?’

‘Nooit eerder gezien.’

‘Maar hoe wist je dat dan, dat ze…?’

‘Hoe voller en rijker het leven, hoe meer problemen. En mijn opmerkzame blik bespeurde een trouwring. Natuurlijk had ze ook een vrouw kunnen hebben, maar Safira de Jong heeft een man, dat wist ik tot in de diepste krochten van mijn virtuele epididymes.’

‘En heb je aan ons gedacht?’ Maureens stem slaat over. ‘Wat denk je dat dit voor onze uitkering betekent?’

‘Hoezo? We zijn toch keurig netjes verschenen om ons te laten instrueren over de moderne wereld? Als alle oudere werklozen zo serieus bezig waren met hun arbeidsinschakeling dan zou de econo-’

‘Denk je nou echt dat je hiermee weg komt? Dat wíj hiermee wegkomen? Want ze denken dat we dit samen hebben gedaan. Hoe haal je het in je stomme, onverantwoordelijke -’

‘Rustig, meisje. Als Safira de Jong iets over dit misverstand aan iemand gaat vertellen dan eet ik deze virtuele bril op. En ze heeft er ook verder geen last van want wij praten er ook met niemand over. Aha, daar zie ik de witte pijl al hangen. Scholier Harmen heeft toestemming om naar huis te gaan, zowaar. Nou, dag dokter Reen, nog een prettige dag ver- ach, ze is al weg.’

Hij kijkt Joost aan. ‘Straks daar in Groningen maar even een opstekertje nemen, jongen, want al dat gefloep is niet goed voor een mens. Nou, mocht je ondanks al deze moderne faciliteiten toch aangewezen blijven op staatssteun, dan zien we elkaar bij een volgende gelegenheid misschien weer eens terug.’

Hij knipoogt, knikt naar de overkant en is abrupt verdwenen.

Last modified: 20 oktober 2018

2 Responses to :
Wat je ziet is wat je krijgt

  1. Collega Maarten van Damme schreef:

    Knap gedaan Deborah! Een humoristische kijk op het uitkeringswereldje in het nabije virtuele tijdperk. En een sterk, nog enigszins onschuldig voorbeeld van wat kan gebeuren als je virtueel te makkelijk aanneemt dat iemand degene is die hij zegt te zijn.

    1. deborahva schreef:

      Dank, Maarten, en ja, zoiets kan inderdaad dramatische gevolgen hebben 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *