Down and out of order

Mens tussen machines

31 oktober 2017

Er zat een scherp puntje aan de nagel van haar grote teen dat bij elke stap aan de binnenkant van haar linkersok bleef haken. Soms bleef het vastzitten, soms schoot het los om dan bij een volgende stap weer vast te haken. Het obsedeerde haar. Pas toen ze enkele tientallen meters verder ongemerkt tot stilstand was gekomen en de wereld zonder het geklak van haar hakken erg stil bleek, keek ze op, ineens waakzaam.Links waren de huizen al deels gesloopt. Een grijper was rond vijf uur tot stilstand gekomen in een kamer met roze kinderbehang. De lange galerijflat rechts was nog wel intact maar achter weinig ramen brandde nog licht. Gelukkig deed de straatverlichting het nog wel.

Linda was net weer in beweging gekomen toen ze de donkere gestalte zag die nog geen vijf meter van haar vandaan tegen een van de puincontainers leunde.

Haar hart sloeg een dubbele salto maar ze bleef doorlopen, al had ze daar meteen spijt van. Ze had zich moeten omdraaien en teruggaan. Nu de bushalte aan het begin van de straat was opgeheven kwam hier geen mens meer.

De vijf meter leek vijf kilometer. Linda’s ademhaling werd sneller, haar geklak oorverdovender. Ze marcheerde verder. Ze zou hem gewoon omver meppen, bedacht ze strijdlustig. Nou ja, zoiets in elk geval.

Toen ze op gelijke hoogte met hem was bewoog de gestalte.

‘Kunt u mij helpen?’ Het was een mannenstem.

Linda bleef stram doorlopen.

‘Kunt u mij helpen?’

Ze kwam tot stilstand en het was meteen doodstil. Uit haar ooghoeken keek ze naar hem. Ze deinsde even achteruit toen hij zijn hand naar haar uitstak.

‘Dit is voor mijn zus,’ zei hij, ‘die woont in deze flat. De lift is kapot en ik kan niet met de trap. Zoudt u het voor me bij haar kunnen afgeven? Ze woont op de derde verdieping.’

Linda’s blik volgde mechanisch zijn uitgestrekte arm die naar de flat wees. Ze stelde zich voor dat ze de entreehal binnen zou gaan waar niemand haar kon horen gillen.

‘U zou me echt heel erg helpen. Ik probeerde het net zelf te doen maar ik kwam de trap niet op. Mijn benen zijn stuk. Vorig jaar ben ik op een zebrapad aangereden en de zorgverzekeraar weigerde te vergoeden en ik had ook nog het pech dat ik bij een malafide reparateur terecht kwam.’

Haar verstijving maakte plaats voor een trillerig soort opluchting toen zijn woorden echt tot haar doordrongen. Het was geen seriemoordenaar maar gewoon een dakloze. Ze dacht: ik loop gewoon door, ik doe alsof ik nooit gestopt ben. Als hij problemen heeft met zijn zorgverzekeraar of met wat dan ook dan moest hij gewoon hulp zoeken.

‘Ze vreten energie, mijn benen. Gewoon lopen gaat nog wel maar bij traplopen moet ik meteen aan de oplader. De dichtstbijzijnde is bij de snelweg. En als ik opgeladen ben dan is de accu al weer half leeg tegen de tijd dat ik terug ben.’

Linda wilde het allemaal niet weten. Ze voelde zich nog steeds een beetje licht in het hoofd.

‘Zestig minuten op een WiFi-punt,’ vertelde hij intussen, alsof hij had besloten dat ze een aardig mens was omdat ze was blijven staan. ’Dan weer schuilen in een bushokje om mijn scharnieren te beschermen, dan weer een volgend WiFi-punt. Niet dat je daar veel kan doen, maar je zit in elk geval warm en droog.’

‘Geef maar,’ zei ze abrupt en stak haar hand uit. Hoe sneller dit achter de rug was, hoe beter.

Het pakje had nauwelijks gewicht. Bij het voelen van het vettige, versleten groentezakje waarin het gewikkeld zat had ze al spijt.

‘Hartstikke fijn dat u dat wilt doen.’ De man klonk luider en opgeluchter. ‘U helpt me er echt heel erg mee. Mijn zus, bedoel –’

‘Ja, goed hoor. Welk nummer is het?’

Hij vertelde het en ze begon te lopen. Achter haar stierven zijn dankwoorden weg in gemompel, daarna in stilte. Ze voelde dat hij haar nakeek.

Het tegelpad naar de flat was overgroeid met gras en aan de felle lamp boven de ingangsdeur kleefden spinnenraggen. Ze voelde de blik van de kunstmatige intelligentie op haar rug toen ze de deur openduwde en de entreehal binnenging. De brievenbussen waren vernield en het stonk er naar menselijke urine. Alles was beklad. Haar angst kwam terug en ze stak met haastige klakgeluiden de ruimte over. Doe niet zo schijterig, vertelde ze zichzelf terwijl ze de trap op ging. Niet iedere KI in een wijk als deze is een crimineel en ook een dakloze wil wel eens wat aan zijn zus geven. Dat van die oplaadpunten was vast waar. Of niet. Ze voelde nu voor het eerst hoe klein en licht het pakje was. Er zat papier in en nog iets kleins en hards. Het kon van alles wezen. Straks leverde ze naïef het ontstekingsmechanisme voor een bom af. Of een geheugenkaart met duizenden gestolen inloggegevens. Ze werd ineens kwaad op zichzelf, op haar goedgelovigheid en meteen daarna ook op de KI. Die had natuurlijk meteen gezien dat zij iemand was die je makkelijk een schuldgevoel kan aanpraten.

Ze zette haar tas op de grond en wikkelde het zakje open. Er zat een groezelig opgevouwen velletje papier in dat ze met walging openvouwde.

deze 3d print software zag ik in de online winkel in recycle. ik dacht meteen dat ik die voor jou benen koop. liefs van rudie.

Linda las het bericht drie keer en haalde toen het harde voorwerpje tevoorschijn. Het was een USB-stick zoals ze zich die van vroeger herinnerde, versleten en bekrast.

De tl-buis boven haar zoemde. Haar nagel zat weer vast aan haar sok en ze besefte dat het bijna etenstijd was. Ze pakte alles weer in het zakje en duwde de galerijdeur open.

Er klonk geen bel toen ze drukte dus ze klopte ook maar. Terwijl ze wachtte wist ze dat de KI beneden naar haar keek. Rudie. Zijn stem was tijdloos geweest maar het moest een oudere man zijn die niet meer werd ondersteund door de softwaregiganten. Ze probeerde zich voor te stellen wat dat betekende. In de loop van de tijd verloor je stap voor stap toegang tot normale contactmogelijkheden, totdat je je zus alleen nog kon bereiken door achter een oude desktopcomputer in een kringloopcentrum een boodschap te typen en te printen en die dan aan een wildvreemde mee te geven. Alsof je een gestrande schipbreukeling was die een brief in een fles in zee gooide.

Er werd niet opengedaan en haar onbehagen maakte plaats voor irritatie. Waarom lieten ze het ook zo ver komen? Maar goed, het ging hier om medemenselijkheid. Ze klopte nog een keer, harder, en schrok toen de deur op een kier openging. Op heuphoogte zag ze iets bewegen. Ze dacht dat ze een vaag gezicht zag, een gebogen menselijke vorm. Op de achtergrond klonken de gedempte stemmen van kinderen. Vroege backups waarschijnlijk, of illegaal gedownloade kopieën, nog kansarmer dan de ouderen.

‘Of ik die aan u wou geven,’ zei ze onhandig, en bukte zich om het pakje aan te reiken. ‘Van Rudie.’ Ze had er meteen spijt van dat ze zijn naam had genoemd. Het leek alsof ze hem kende, alsof ze had gevraagd hoe hij heette.

Er scharnierde een stang naar haar omhoog, zo plotseling dat Linda even achteruit deinsde. Toen zag ze dat het een provisorische arm was. Een geur van schrale olijfolie en aangetast plastic drong haar neusgaten binnen. De knijper die de hand moest voorstellen nam het pakje over en de stang trok zich weer terug. De deur ging dicht.

Linda bleef met uitgestrekte arm staan en liet hem toen zakken. Ze ging terug naar het trappenhuis. Waarom laten ze zich ook niet gewoon op tijd upgraden, dacht ze kwaad. Dat doe ik toch ook? Maar haar onbehaaglijkheid bleef.

Beneden liep ze naar de achterkant van de hal. Zoals ze had gehoopt was daar een achteruitgang en kon ze ongezien wegglippen.

 

(Herziene versie juni 2018)

Last modified: 20 oktober 2018

3 Responses to :
Down and out of order

  1. Carol schreef:

    Ademloos gelezen, knap, die spanning in zo’n kort stuk.

  2. Peter Altena schreef:

    Mooi geschreven. Mooi de verwevenheid van ‘onze’ gewone alledaagse dingen en gevoelens en een voor ons onbekende wereld van de toekomst (?).

    1. deborahva schreef:

      … die tegen die tijd voor ons dan wel vertrouwd zal zijn… Dank 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *